Geheugen van de VU cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van Geheugen van de VU te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van Geheugen van de VU.

1921 Orgaan van de Christelijke Vereeniging van Natuur- en Geneeskundigen in Nederland - pagina 83

2 minuten leestijd

71 feit ooit langs natuurkundigen weg zullen kunnen verklaren en ofschoon we dit nooit zullen kunnen bewijzen, denk ik, dat de felste wonderbestrijders het hierin met ons eens zullen zijn, dat deze gebeurtenis terecht een wonder genoemd wordt. Maar het is niet op physisch-wetenschappelijke gronden, dat dit aldus geconstateerd wordt. Onwillekeurig vraagt men zich af wat toch het standpunt van vooraanstaande natuurkundigen of natuurphilosophen ten opzichte van deze vraagstukken is en geweest is. Als men in deze richtipg eenig onderzoek doet, krijgt men al spoedig den indruk, dat men in het algemeen, buiten dè Roomschen, niet aan wonderen gelooft en het niet de moeite waard vindt, daaraan veel belangstelling te wijden. WUNDT b.v. spreekt in het 2e deel van zijn „Logik": „Logik der exakten Wissenschaften" (1907) slechts met een enkel woord van het wonder, als hij, zonder schijn van toelichting een „gewichtig" principe decreteert: „das Prinzip der Ausschaltungdes Wunders" (p. 606). Bij positieve Protestantsch-Christelijke natuurkundigen als FARADAY en MAXWELL heb ik ook geen antwoord op de boven besproken vragen kunnen vinden. FARADAY schijnt zijn geloof en zijn wetenschap streng gescheiden gehouden te hebben. En ofschoon dat bij MAXWELL geenszins het geval was, heb ik toch ook bij hem geen besliste uitlatingen over de vragen, die ons bezighouden, kunnen vinden. PASCAL laat zich in vele opzichten wel zeer beslist uit over de wonderen, hij gelooft niet alleen aan de Bijbelsche wonderen, maar ook aan wonderen, door de kerk verricht, aan genezing door reliquiën b.v. De vraag echter, hoever we b.v. kunnen gaan met een physische verklaring voor de wonderen te zoeken, laat hij onbesproken. Voordat ik met een korte samenvatting eindig, moet ik nog het voorbehoud maken, dat de in het vorige uitgesproken meeningen zich nog kunnen wijzigen, inzonderheid door de inleidingen mijner co-referenten en door eventueele discussies. Van heel veel slechts even aangeraakte onderwerpen zou ook zoo veel meer te zeggen zijn en rijper hadenken zou misschien tot ander inzicht leiden. Met dat voorbehoud is echter mijne meening de volgende: Moge een physicus subjectief ook geneigd zijn een andere houding ten opzichte van het wonder aan te nemen, als een nietphysicus, objectief beschouwd, is daartoe geen reden. De physica kan de mogelijkheid van het wonder niet ontkennen. Ze kan Orgaan 1921

6

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van zaterdag 1 januari 1921

Orgaan CVNG Geloof en Wetenschap | 104 Pagina's

1921 Orgaan van de Christelijke Vereeniging van Natuur- en Geneeskundigen in Nederland - pagina 83

Bekijk de hele uitgave van zaterdag 1 januari 1921

Orgaan CVNG Geloof en Wetenschap | 104 Pagina's