1921 Orgaan van de Christelijke Vereeniging van Natuur- en Geneeskundigen in Nederland - pagina 23
11 slotte werd het goede aanschouwingsvermogen, de scherpte en nauwkeurigheid der waarneming nog vastgesteld door een aantal kleinere proeven, waarbij het aankwam op zoo nauwkeurig mogelijk waarnemen van een gebeurtenis of op een plaat of aan een model, waarbij gelijktijdig gelegenheid was een bijzonder goed geheugen (zoo aanwezig) voor technische processen resp. den aard en werkzaamheid van technische modellen te leeren kennen. Met opzet werd dit onderzoek zoo uitvoerig meegedeeld, omdat het hier niet geldt een proef die nog genomen moet worden, maar die volgens de onderzoekers met veel succes gedaan is. Zij meenen dan ook, dat op deze wijze een systematisch en uitvoerig beeld verkregen werd van hetgeen de leerlingen, populair uitgedrukt, in hun mandje hadden. Niet alleen quantitatief zou men de hoogte van hun intelligentie leeren kennen, maar ook waardevolle uitkomsten verkrijgen, om na te gaan, welke vermogens bij hen speciaal op den voorgrond traden en tot welke beroepen zij alzoo met succes zouden kunnen aangenomen worden. Wat nu dat onderzoek zelf betreft, zal men eventueel kunnen toegeven, dat men hiermede de begaafde leerlingen kan uitzoeken, maar zal men toch wel met eenig recht kunnen twijfelen aan de bruikbaarheid van deze methode voor de beroepskeuze. Het geldt hier, zooals gezegd is, de hoogere beroepen en dus ten slotte maar voor een klein gedeelte, dat de school bezoekt. Voorzoover mij bekend is, is men ten'opzichte van die veel grootere groep, die de lagere school bezoekt en later geen hooger beroep zal of kan kiezen, niet veel verder gekomen dan tot het maken van plannen. Telkens wordt het herhaald, dat men op dit nieuwe gebied nog in de periode van de proefnemingen verkeert. HYLLA, die in opdracht van de Zentralstelle für Volkswohlfart in Berlijn een ontwerp van een vragenlijst voor beroeps-psychologische waarnemingen in de school samenstelde, zegt uitdrukkelijk, dat zijn ontwerp noch in zijn geheel noch in zijn deelen aanspraak maakt op volledigheid. Het lijdt bij hem geen twijfel, dat zijn ontwerp, gegrond op theoretische overleggingen, voor alles op den weg der proefneming belangrijk verbeterd kan worden. Dit laatste zal men kunnen toegeven, maar vooraf mag wel onderzocht worden, of de principes, waarop dit ontwerp berust, wel de juiste kunnen zijn. HYLLA gaat uit van de opvatting, dat de waarneming op school
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van zaterdag 1 januari 1921
Orgaan CVNG Geloof en Wetenschap | 104 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van zaterdag 1 januari 1921
Orgaan CVNG Geloof en Wetenschap | 104 Pagina's