1921 Orgaan van de Christelijke Vereeniging van Natuur- en Geneeskundigen in Nederland - pagina 62
50 aandacht is geschonken. Sommigen, die 't bij de proeven best maakten, bleken later ongeschikt door babbelachtigheid. Dan ook bleek 't onderzoek naar vliegeniers sommige personen ongeschikt te achten, die later uitblonken. Ook vergoedt 't aanleeren veel, en verschillenden leeien 't dan goed; anderen echter nemen iets wel vlug op, maar laten 't weer los. De heer VAN DER SPEK erkent 't bezwaar, dat de ethische eigenschappen zoo moeilijk zijn te onderzoeken. Wij trachten 't echter wel op te nemen in de psychogrammen. Kij is er evenwel van overtuigd, dat er nu veel meer misplaalsingen zijn dan 't geval zal zijn als het onderzoek algemeen geworden is. 'n Qroote moeilijkheid is echter 't relatieve dat 't onderzoek op verschillende plaatsen meebrengt, de quaestie van de ijking der tests. De heer VERLOOP sluit zich aan bij de woorden van Prof. BouMAN maar meent, dat ook in deze lezing te weinig rekening is gehouden met 't christelijk karakter onzer vereeniging. Hij zal echter zijn kritiek — daar die nog al lang zou moeten worden — thans laten rusten en misschien aanbieden ter plaatsing in het Orgaan. De heer J. W. DE BRUYNE vraagt of bij de beroepskeus niet 't passieve overweegt, n.l. de vraag wat niet, welk beroep niet? De heer VAN DEN SPEK : Ongetwijfeld werd tot hiertoe bij alle onderzoek veel meer gelet op de eigenschappen, die iemand van een bepaald beroep uitsloten, dan op die eigenschappen, die juist hem voor een ander bij uitstek geschikt maakten. In de toekomst zal men misschien aan de hand van het psychogram, den eigenaar op bepaalde beroepen, waarvoor hij de vereischte hoedanigheden bezit, kunnen wijzen. De heer SAP vraagt of niet te weinig nadruk wordt gelegd op de neigingen, de wenschen, de begeerten van de jongelui, die raad vragen. De heer VAN DER SPEK zegt, dat die niet worden voorbij gegaan. De menschen, die aan 't hoofd van een beroepskantoor staan, houden dat wel degelijk in 't oog en moeten menschen zijn met een rijpe levenservaring. De heer J. BRUIN meent, dat, behalve met de neiging, ook rekening moet worden gehouden met de afkomst. Hij vraagt hoe men er mee aan moet wanneer b.v. 't beroepskantoor uitmaakt, dat een zoon van een putjesschepper alleen maar geschikt is voor diplomaat.
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van zaterdag 1 januari 1921
Orgaan CVNG Geloof en Wetenschap | 104 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van zaterdag 1 januari 1921
Orgaan CVNG Geloof en Wetenschap | 104 Pagina's