1921 Orgaan van de Christelijke Vereeniging van Natuur- en Geneeskundigen in Nederland - pagina 72
60
De Voorzitter merkt op, dat het spreken van een Physicus en een Medicus erover wel practische resultaten opleverde — trouwens, 't bestuur heeft 't zoo eens willen probeeren. Dr. MULLER vindt het ook wel aangenaam dat het besproken is, ook vanwege de practische resultaten, die hij gehoord heeft. Dr. BRUIN, daarna sprekende, wenscht de referenten te danken voor 't geen hij gehoord heeft, in 't bijzonder Prof. GROSHEIDE, waar deze zegt, dat de geneeswonderen van Jezus een zeer bijzonder karakter dragen, en ook de verschillende natuurwonderen, voorgevallen in de geschiedenis van Israël. Deze uitspraak is hem min of meer een openbaring geweest. Onweerstandelijk toch had zich reeds lang de gedachte aan hem opgedrongen, dat we de wonderen in den Bijbel altijd toch maar weer met andere oogen beschouwen .dan alles wat zich daarbuiten als wonder aan ons aandient. Daarom doet het een mensch goed ook eens een ander te hooren zeggen, dat die wonderen een bijzonder karakter dragen. Voorts heeft hij analoge gevoelen als de heer MULLER: alleen de theologen kunnen hier met iets positiefs komen. Naslaande in een bekend handwoordenboek van philosophische termen, vond hij zelfs het heele titelwoord „wonder" niet. Het blijft dus maar zóó, dat elk die van „wonder" spreekt, daarbij zich óf iets buitengewoon vaags voorstelt, om niet te zeggen niets, óf concrete wonderen uit den Bijbel. Hij vraagt of er onder de talrijke aanwezigen niet iemand is, die nu eens uit den modernen tijd een tastbaar „wonder" weet te noemen, om dan daarover tenminste eens wat te kunnen vaststellen. Dr. VAN DER SPEK wenscht Prof. GROSHEIDE te vragen of er meer is dan christelijke of religieuze waardeering die de grenslijn kan geven tusschen de wonderen van het N. T. (het dragen der gordeldoeken op kranken) en de latere, in de eerste twee eeuwen der jaartelling. Prof. GROSHEIDE zegt aan den heer BRUIN, dat hij hem te veel eer gegeven heeft in vergelijking met de andere sprekers. Zijn terrein toch was het gemakkelijkst; trouwens, in zijn 4e stelling heeft hij 't zelfde gezegd als de andere sprekers. Het „openbaringswonder" is wel op positieve wijze te bespreken, „nieuwe" wonderen zijn niet te bespreken, als we maar niet zeggen: „'t kan niet". De lijn, die Gods Woord ons wijst, zegt, dat ze wel kunnen.
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van zaterdag 1 januari 1921
Orgaan CVNG Geloof en Wetenschap | 104 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van zaterdag 1 januari 1921
Orgaan CVNG Geloof en Wetenschap | 104 Pagina's