Geheugen van de VU cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van Geheugen van de VU te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van Geheugen van de VU.

1921 Orgaan van de Christelijke Vereeniging van Natuur- en Geneeskundigen in Nederland - pagina 42

2 minuten leestijd

30

Een eerste vereischte daartoe was wat orde te brengen in dien chaos van ontelbare beroepen. PiORKOWSKi deed daartoe een poging. Hij — reeds vroeger was er een gangbare verdeeling der arbeiders in ongeschoolde, aangeleerde en geschoolde - verdeelde de beroepen in groepen, de groep der niet gespecialiseerde vakken, die der wel gespecialiseerde ; verdeelde de laatste in lagere beroepen, middelvakken en hoogere beroepen en stelde voor ieder dier groepen enkele kenmerkende eigenschappen op. Dit alles in zijn in 1915 verschenen: Beitrage zur psychologischen Methodologie der wirtschaftlichen Berufseignung. Voor de niet gespecialiseerde vakken, de ongeschoolde niet gequalificeerde arbeiders wordt — naar PIORKOWSKIS indeeling — verstandelijke ontwikkeling niet vereischt, worden ook geen bijzondere vaardigheden gevraagd; daartoe behooren sjouwers, landarbeiders, gewone fabrieksarbeiders. De lagere beroepen vragen van de vakarbeiders — deze behooren er toe — speciale gaven en vaardigheden, al mag het verstand bij hen er ondergeschikte rol spelen. De ambachtslieden en andere, die tot de middelvakken gerekend moeten worden hebben naast een normaal verstand nog meerdere speciale psycho-physisch en psychische eigenschappen noodig. Terwijl de hoogere beroepen, de wetenschappelijke, die beroepen, die de leiding geven in staat en maatschappij het vermogen tot eigen spontaan denken moeten bezitten. De laatste groep is er zeer belangrijke, wier grenzen ruim genomen moeten worden : daartoe behooren naast artsen en meesters in de rechten, ook officieren en predikanten, ook onderwijzers en de kooplieden der groote handelshuizen. Het ging er nu om van al deze beroepen een karakteristiek te ontwerpen, en van de gezamenlijke zoo iets van een beroepskatalogus, met — 't belangrijkste — een duidelijke differentieel karakteristiek. Kwam dan de een of ander, die een bepaald beroep begeerde, of die noodgedwongen van beroep moest veranderen, om raad — men had hem slechts op zijn eigenschappen te onderzoeken om te zien, of de dinger deugde voor het beroep, dat hij wenschte; en zoo niet, dan kon de differentieel karakteristiek hem en dien anderen beroeps-zoeker, aangeven op welk beroep de gevonden eigenschappen dan wel zouden passen.

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van zaterdag 1 januari 1921

Orgaan CVNG Geloof en Wetenschap | 104 Pagina's

1921 Orgaan van de Christelijke Vereeniging van Natuur- en Geneeskundigen in Nederland - pagina 42

Bekijk de hele uitgave van zaterdag 1 januari 1921

Orgaan CVNG Geloof en Wetenschap | 104 Pagina's