1922 Orgaan van de Christelijke Vereeniging van Natuur- en Geneeskundigen in Nederland - pagina 108
82
slofv/isseling en leversuilingcn, zouden langer met die zekere liceveelhcid levensenergie, die in hun organisme zou zijn opgehoopt, toe kunnen, andere leven intensief maar kort. Om een wel niet grootsch, maar toch duidelijk beeld te gebruiken, sommige zouden met volle teugen, als het ware ongeduldig en ^•retig het hun Ic2gem2ten glas levenselixer drinken, andere physiologische temperamenten drinken met tergende kalmte, zuinig, om er zoo lang mogelijk mee te doen, hun levenslimonade door een rietje. We licht is in deze beschouwing een kern van waarheid, nl. binnen de grenzen van een soort, wat het beste wordt gedemons'lreerd dcor de voorbeelden van dieren, die latent of bijna laterl, ingekapseld of vrij kunnen leven, verschillende raderdiertjes b.v. 15 jaar, tarwe-aaltjes 27 jaar, spierlrichine 30 jaar. Komt de laatste in de gelegenheid bij het komen in den darm, dan verbruikt hij in zeer weinig tijd de energie, die anders langen tijd latent had kunnen blijven. De Levensduur b.v. van Meikevers en onder de planten b.v. van de agave's, is zeer verscihiJlerid, naar de klimaten, waarin ze leven en de daarmeer samenhangende levensiniensiteit. Een feit, dat onder verschillende andere teg endeze voorstelling pleit, is, dat vogels meestal betrekkelijk lang leven en toch juist zoo'n energisch, intensief bestaan voeren. In het algemeen moet dus een andere oplossing worden j'czocht, ie meer, daar dan toch de hoeveelheid energie, die een individu meer krijgt, bij verschillerde soorten en exemplaren zeer verschillend kan zijn en dit in de verklaring niet ter sprake komt. De feiten spreken intusschen steeds voor de aanname, dat het Icversproces in aanleg eindig is, voor de meeste meercellige dieren. Veeleer schijnt het reeds aangeroerde verband te bestaan tusschen eenzijdige celdifferentiatie en levensduur der ce'. Hoe eenzijdiger de differentiatie is, hoe vollediger de cel afstand moet doen van alle andere nualiteiten om die eene werkzaamheid, waar hij zich voor bekwaamt, zoo volmaakt mogelijk te kunnen verrichten. Minot 'heeft ihierop uitvoerig gewezen. Onder die qualiteiten zijn te noemen vooral vermogen, om zich door dee'ing voort te planten en ten tweede wellicht, om de uitscheiding volledig te doen plaats vinden. En deze zienswijze toegepast op de genoemde ouderdomsvcrschijnsc'en, i i verband met den ouderdomsdood, als gevolg van een onklaar worden van het centrale zenuwstelsel, lijkt een eenirfszins rationeele verk'aring voor de oorzaak van den somadood. Doordat cel'en met zulk een geweldige verantwoordelijke positie als de cc'len van het centrale zenuwstelsel, door hun eenzijdis?e differentiatie, het vermogen gaan missen, om zich te vermenigvuldiger, worden ze niet vervangen als ze sterven en
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van zondag 1 januari 1922
Orgaan CVNG Geloof en Wetenschap | 138 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van zondag 1 januari 1922
Orgaan CVNG Geloof en Wetenschap | 138 Pagina's