Geheugen van de VU cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van Geheugen van de VU te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van Geheugen van de VU.

Bekijk het origineel

1922 Orgaan van de Christelijke Vereeniging van Natuur- en Geneeskundigen in Nederland - pagina 87

Bekijk het origineel

1922 Orgaan van de Christelijke Vereeniging van Natuur- en Geneeskundigen in Nederland - pagina 87

3 minuten leestijd

65

hart, waarvan men de beteekenis door zelfanalyse eenigszins kan leeren kennen. Nog eens: niet de herinnering, dat men gisteren een wetenschappelijk artikel wilde schrijven, wekt het doorleven op van het nu willen schrijven, maar omgekeerd. Wanneer men ontwaakt, doorleeft men, dat men het artikel wil schrijven en dit willen, zegt Geiger terecht, is in het bewustzijn een verlenging van het willen van gisteren. Eerst daardoor, dat het willen in mijn bewustzijn opduikt, in het bewustzijn wordt de herinnering aan het wiilen van gisteren opgefrischt. Als men hier spreekt van ,,der rubende Pol in der Erscheinungen Flucht" JSchiller), dan gaat dit tegen het adjektivistisch begrip van het bewustzijn in, waarbij juist de stroom van het bewustzijn op den voorgrond treedt en de wil een eigenschap van het bewuste objekt is, en omdat dit begrip juist door de naturalistische psychologie der laatste 50 jaar meestal aanvaard wordt, kan deze beschouwing de onze niet zijn. Moet men niet liever van onbemerkt spreken? Wanneer we wat ieder onzer wel overkomen is, bij ingespannen werken niet op de klok hebben gelet en we kunnen toch later de slagen reproduceeren, dan kunnen we zeggen, ,,er niet op gelet"; het is in ons bewustzijn aktueei en niet bemerkt. Het is dus aanwezig zonder aangepord te zijn om zich te vertoonen. Men kan hier wel beproeven, een physiologische verklaring te geven, maar deze is onvoldoende. Onbemerkt wordt gekarakteriseerd door de wijze, hoe deze Erlebnisse er uit zien, wanneer er later op gelet wordt. Ik zou zoo geneigd zijn, hier wat verder uit te weiden over dit onbemerkte en ondoorleefde, waar we toch zoo dicht genaderd zijn bij de moeilijkste problemen van de hysterie. We blijven immers zoo onvoldaan, wanneer we daarbij maar steeds recurreeren tot afgesplitste toestanden, bijzondere hysterische mechanismen en wat dies meer zij. Zoo straks heb ik echter reeds op deze toestanden geweien. Kan men van niet doorleefde geaktiveerde willingen spreken? Nemen we weer het bovengenoemde voorbeeld van het gaan naar den trein. Hier kan 't gebeuren, dat het willen naar den achtergrond van het bewustzijn is gedrongen. Men raakt onderweg in gesprek, het gesprek wordt afgebroken; nu is het willen nauwelijks in het bewustzijn. Toch is er een zekere spanning, een gericht zijn aanwezig. Daarin verraadt zich het ondoorleefde willen. Er is een richting naar voren, dit de remplaceering van het bewustzijn. Iemand, die rondslentert heeft dit niet. Deze remplaceering van het bewustzijn bezitten vele ondoorleefde psychische gebeurtenissen; men spreekt van ,,verwachting". Men is onrustig tijdens den arbeid, daarop komt de bewuste verwachting. Men weet hoe het gaat bij posthypnotische suggestie, Nog onlangs zag ik daarvan een klassiek voor-

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van zondag 1 januari 1922

Orgaan CVNG Geloof en Wetenschap | 138 Pagina's

1922 Orgaan van de Christelijke Vereeniging van Natuur- en Geneeskundigen in Nederland - pagina 87

Bekijk de hele uitgave van zondag 1 januari 1922

Orgaan CVNG Geloof en Wetenschap | 138 Pagina's