1922 Orgaan van de Christelijke Vereeniging van Natuur- en Geneeskundigen in Nederland - pagina 114
88
der electronen toe, door God zou worden bestuurd naar zijn v/ijsheid en welbehagen, maar ik wil niet zwijgend gaan langs het verschijnsel, dat evenals ten opzichte van lichaamsvorm en lichaamsfunctic's, ook in het liohamelijk leven de mensch niet weg te cijferen trekken van overeenkomst met de dierenwereld vertoont. Het komt mij dan ook steeds voor, dat er geen morphologische, physiologisc'he of emibryologische verschillen van principieelen aard zijn gevonden, ook ai zijn er breede verschillen aan te wijzen. Mijns inziens zullen de principieele verschillen tusschen mensch en dier moeten aan het licht komen in de dierpsychologie. Eerst den mensch wordt bijzonder het leven door God ingeblazen, niet het leven, dat gebonden is aan het lichaam en het protoplasma, maar het leven van den geest, het leven der ziel, dat bij scheiding van het lichaam bij den natuurlijken dood, blijft leven bij God of zonder God. Maar hierover spreekt ons niet de studie der natuur; dit weten wc alleen door Gods openbaring. En die openbaring Gods verklaart ons ook buiten de natuur om, de oorzaak van den lichamelijken dood. De eerste hoofdstukken van Genesis blijven altijd de klassieke bron voor het leeren kennen van den geestelijken achtergrond van alle dingen, ook voor den geestelijken achtergrond van de oorzaak van den dood. Ook die lichamelijke dood is een straf op de zonde. In het zweet uws aanschijns, wordt tot Adam gezegd, (Gen. 3 vs. 19] moet gij brood eten, t o t d a t . . . . gij tot de aarde wederkeert, dewijl gij daaruit genomen zijt; want gij zijt stof en gij zult tot stof wederkeercn en dat alles (blijkens vs. 17) omdat hij had gegeten van dien boom, waarvan God geboden had (Gen, 2 vs, 17] dat hij niet zou eten. Want ten dage, dat hij daarvan zou eten, zou hij den dood sterven. En dan komt in Gen. 3 vs. 22 enz. zelfs een genadige bewaring Gods voor het eeuwitfe lev^n, in eliende en jammer na den val, als God Adam drijft uit Eden, ,,opdat hij zijn hand niet uitsteke en neme ook van den boom des levens en ete en leve in eeuwigheid. Maar dit woord over den dood, voornamelijk van biologische' zijde belicht en beƫindigd met den 'Geestelijken achtergrond van den dood. to bespreken aan de hand der Heilige Schrift en wel bij den wortel van de doodsfJ-^schiedenis van het menschelijk f^eslacht, in de eerste hoofdstukken van Genesis, wil ik niet eindij^en. zonder ook op het licht van datzelfde hoofdstuk van Genesis te wijzen. Niettegenstaande en zelfs vlak na den vloek Gods over het menschenleven, van de geboorte af, tot het sterven toe, noemt Adam Eva, moeder aller levenden. De tegenstelling is
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van zondag 1 januari 1922
Orgaan CVNG Geloof en Wetenschap | 138 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van zondag 1 januari 1922
Orgaan CVNG Geloof en Wetenschap | 138 Pagina's