1922 Orgaan van de Christelijke Vereeniging van Natuur- en Geneeskundigen in Nederland - pagina 95
De dood als biologisch verschijnsel. Het midden der vorige eeuw heeft zich op allerlei wetenschappelijk terrein gekenmerkt door feilen strijd. Reeds lang woelde en gistte het in de wetenschappelijke wereld. Toen kwam Darwin met een, voor dien tijd goedgedocumenteerde poging tot mechanistische verklaring van worden en zijn van het materieele leven, wat hij en meer nog zijn volgelingen zelfs op het geestesleven trachtten uit te breiden en Darwins beschouwingen kwamen in het brandpunt van den strijd te staan. Over wezen en komen van den dood is die strijd niet gevoerd. Wel kent dit terrein van onderzoek zijn strijd op natuurwetenschappelijk gebied, maar die strijd is een rustige academische gebleven. Over oorzaak en wezen van den dood zijn ook op breeder terrein dan het natuurwetenschappelijke, meeningsverschillen te over, maar de natuurwetenschappelijke vondsten en beschouwingen over den dood en zijn oorzaken zijn nooit in zoo flagranten strijd gekomen met de breedere wetenschappelijke wereld, wellicht omdat op dit gebied de onderzoekers zich veel objectiever hielden en zich beter beperkten tot hun eigen terrein. Dood in physiologischen zin is niet naievelijk te definieeren als bewegingloosheid en zelfs niet als ophouden van alle levensfunctie's want ook levende wezens kennen toestanden van een zoogenaamd latent zijn en naar het schijnt stilstaan van alle levensprocessen, voor zoover althans met de fijnste middelen practisch kan worden aangetoond. Daar is eerstens de winterslaap, zooals die zelfs bij hoogere zoogdieren als beren, dassen en knaagdieren voorkomt. Hun levensverschijnselen zijn in dien toestand zeer getemperd, maar toch nog zeer goed aantoonbaar. De poptoestand van insecten vertoont die tempering der levensverschijnselen nog sterker, maar nog is stofwisseling hier goed aan te toonen. Bij den winter- en droogtetoestand van vele eieren van lagere dieren en van zaden van planten schijnt de stofwisseling wel absoluut latent te kunnen zijn. Ze kunnen zonder schade zeer sterk uitdrogen, soms jaren lang en daarbij in leven blijven, wat blijkt uit hun latere ontkieming, als ze weer water opnemen kunnen bij een gunstige temperatuur. Dan komt het verborgen leven weer tot uiting. De stofwisselingsfunctie's, die absoluut
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van zondag 1 januari 1922
Orgaan CVNG Geloof en Wetenschap | 138 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van zondag 1 januari 1922
Orgaan CVNG Geloof en Wetenschap | 138 Pagina's