1922 Orgaan van de Christelijke Vereeniging van Natuur- en Geneeskundigen in Nederland - pagina 101
75
den groei van het individu ontstaan er meerdere, tot het individu is volgroeid, waarna ook nog voortdurend vernieuwing plaats heeft. Men kan immer»- de meercellige beschouwen als een cellenstaac of een opeenvolging van celgeneratie's door herhaalde deeling uit één (meestal bevruchte) eicel of bij gewone vegetatieve voortplanting uit een gewone somacel voortgekomen. Het lichaam is dus te vergelijken met de geheele nakomelingschap van een eencellige b.v. dat pantoffeldiertje van Woodruff. ' Inderdaad kan men van sommige boomen in het geheel niet aantoonen, dat ze van ouderdom sterven. Denk b.v, aan de reusachtige Sequoia's van de Sierra Nevada, die daar reeds eeuwen voor Christus hebben gestaan, toen al als trotsche woudreuzen. Ouderdomszwakte vertoont het lichaam niet. Vele generatie's van rellen zijn verschenen, a'le uit één oorspronkelijke eicel voortgekomen. Alle aftakeling is terug te brengen op aanval van buiten b.v. bliksem of zwammen, Toch sterven aan zoo'n reuzenlichaam vele cellen van hout en schors en bladeren natuurlijk af, maar het teeltweefsel blijft steeds werkzaam, celgeneratie na celgeneratie. En dan komt hier weer direct de vraag op: waarom sterven dan de cellen van hout en schors af? Aan die cellen zelf is dan toch den ouderdomsdood te constateeren. Ook hier zien we weer dat de individueele celonsterfelijkheid niet bestaat. Ook bij de meercellige in het dierenrijk is hetzelfde verschijnsel te vinden. Ook d i a r zien we b.v. dat de onderste laag van de opperhuid steeds nieuwe hoornhuidcellen afgeeft, die een beperkt le-ven hebben, afsterven en afvallen. Ook bloedlichaampjes worden steeds opnieuw gevormd en voortdurend gaan er oude afgeleefde ten gronde. Dit is een zeer algemeen verschijnsel. Men heeft zich afgevraagd, wat de oorzaak van dit afsterven kon zijn. Wat is het verschil van deze afstervende cellen met die andere, die dan niet afsterven, maar zich blijven deelen? Is er uit- of inwendig misschien iets op te merken van verschil, dat met het verschil'end gedrag misschien in verband kan worden gebracht? Minot heeft met nadruk gewezen op een verSchil dat meestal uitwendig ook al sterk is uitgesproken nl. het verschil in differentiatie tusschsn de cellen. De ceLen, die in hout en schors afsterven bij boomen en die in het dierlijk of menschelijk lichaam afsterven als bloedcellen en opperhuidcellen zijn sterk gsdifferentieerd, hebben een sterk uitgesproken karakter, terwijl de teeUweefselcellen en de onderste cellen van de opperhuid meer ongedifferentieerd weefsel vormen. Tn die diffeien-
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van zondag 1 januari 1922
Orgaan CVNG Geloof en Wetenschap | 138 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van zondag 1 januari 1922
Orgaan CVNG Geloof en Wetenschap | 138 Pagina's