Geheugen van de VU cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van Geheugen van de VU te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van Geheugen van de VU.

Bekijk het origineel

1922 Orgaan van de Christelijke Vereeniging van Natuur- en Geneeskundigen in Nederland - pagina 128

Bekijk het origineel

1922 Orgaan van de Christelijke Vereeniging van Natuur- en Geneeskundigen in Nederland - pagina 128

3 minuten leestijd

102 Zeer geleidelijk kan echter een dergelijk individu overgaan in iets, dat men geen individu meer zal mogen noemen, daar de doelmatigheid der deelen niet meer gericht is op een eenheid, maar de doelmatigheid zich richt op elk deel afzonderlijk en der deelen op elkander. Men heeft dan te doen met individuen, die in hun reciproke doelmatigheid niet beoogen het voortbestaan van een eenheid (als individu) maar het voortbestaan der deelen. V e r w^ o r n meent, dat evenals een dier een individu is, zoo ook een mieren- of bijenkolonie een individu moet worden genoemd. Ongetwijfeld zou een oppervlakkige beschouwing dit denkbeeld wettigen. Immers een mierennest is een eeriheid, bestaande uit heterogene deelen (ongelijkheid van koningin, mannetjes, arbeidsters, soldaten enz.). De functie en bouw der deelen is schijnbaar doelmatig voor het voortbestaan /an het geheel der kolonie. Toch leert een nadere beschouwing, dat dit niet juist is. Ongetwijfeld zien wij hier een veelheid van individuen tot samenwerking verbonden, maar het doel van deze samenwerking is niet het voortbestaan der kolonie, evenmin het voortbestaan der afzonderlijke individuen, maar ongetwijfeld het voortbestaan der soort. W i d e men een bijen- of mierenstaat een individu noemen, zoo zou men evenzoo elke recioroke doelmatigheid als grondslag eener hoogere individualiteit moeten aannemen. Zoo zou men mannetje en wijfje, de beide geslachten van alle organismen, samen één individu noemen Immers beide zijn niet gelijkvormig fheterogeniteitl. Bouw en functie dienen voor de eenheid (van beide], maar ook hier missen wij, zoowel het eerste der vroeger genoemde begripselementen n 1, de bepaaldheid van vorm evenals het laatste n,l. dat het doel is- voortbestaan der eenheid. Ook bij de eenheid van mannelijk en vrouwelijk individu is doel, het voortbestaan der soort. Zien wij nader toe, dan vinden wij eindelijk de reciproke doelmatiöheid, behalve in staat en, laten wij kort zeggen, huwelijk, ook in samenwerking van verschillende individuen. Als voorbeeld diene ons beter dan alle parasieten, de eenheid welke tusschen plant en dier en tusschen sommiige diervormen onderling bestaat, In het algemeen bestaat er tusschen alle dieren en planten wederkeerig doelmatigheid (voedsel en meststoffen, lupinen en nitrobacterien enz,) maar het schoonst ziet men deze eenheid b'j de wisselwerking tusschen insecten en planten. Het volgende voorbeeld is aan H u x l e y ontleend. De Yuccanlant kan alleen ziin zaden tot ontwikkeling brenr^en door een bepaalde motsoort fPronriba Yaccasella), Deze motsoort vliegt, als het tiid is voor de eilegging, naar de Yuccaplant, verzamelt een ^roote bal stuifmeel door middel van een bepaald gebouwd sikkelvormig uitwas aan de kaaktaster. Met deze pollenmassa

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van zondag 1 januari 1922

Orgaan CVNG Geloof en Wetenschap | 138 Pagina's

1922 Orgaan van de Christelijke Vereeniging van Natuur- en Geneeskundigen in Nederland - pagina 128

Bekijk de hele uitgave van zondag 1 januari 1922

Orgaan CVNG Geloof en Wetenschap | 138 Pagina's