Geheugen van de VU cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van Geheugen van de VU te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van Geheugen van de VU.

Bekijk het origineel

1922 Orgaan van de Christelijke Vereeniging van Natuur- en Geneeskundigen in Nederland - pagina 100

Bekijk het origineel

1922 Orgaan van de Christelijke Vereeniging van Natuur- en Geneeskundigen in Nederland - pagina 100

3 minuten leestijd

74

min homoloog met eert meercellig individu, ook hier bestaat slechts ana'ogie, en de punten van vergelijking ontbreken ook, als we spreken van de verhouding dier ongelijksoortige individuen tot den dood. Dezelfde kwestie krijgen we bij vergelijking van een meercellig individu, dat als persoon een relatie is tusschen verschillende ceKen en een cormen, zooals dat zich voordoet bij individuer.kclonie's onder ide coelenteraten b.v. in het plantenrijk, V/aar is de lertium comparaiionis tusschen een individu bij de hoogere eieren en het cormen in het plantenrijk? Wat een plantenindividu is, is uiterst moeilijk te zeggen. Bij ongeslachtelijke vermenigvuldiging kan men tal.ooze planten kweeken, die tot hetzelfde cormen behooren, maar elke niet te zeer gediffelentieerdc cel kan vaak een geheel nieuw plantenlichaam geven. Is dat nu ook een geheel nieuw individu te noemen en te vergelijken met wat tiit een eicel ontstaat langs geslachtelijken weg? De dochter-individuen, die door een Hydra worden afgesnoerd zijn dat ook werkelijk nieuwe individuen zooals een individu bij hoogere diM-en? Het zwaartepunt neemt men hier vaak aan, te liggen in de geslachtelijke of ongeslachtelijke 'voortplanting. Nu is in het plantenrijk die ongeslachtelijke voortplanting bijna steeds mogelijk en wellicht in verband met de cormenvorming te beschouwen. Bij de dieren komt die ongeslachtelijke voortplanting niet verder voor, dan de arthropoden, voorzoover mij bekend. Maar nu sluit deze beschouwing over de voortplanting ook weer aan bij de ligging van de kwestie bij de ééncelligen. Ook daar is nu inderdaad gebleken uit de proeven van Woodruff e.a. dat de onges^achte ijkc voortplanting bij de eencelligen steeds kan doorgaan. Wat heeft dat nu te maken met den ouderdomsdood van meercellige individuen? Wel dit, dat de cellen van het soma der meercelligen zich ook ongeslachtelijk vermeerderen bij den groei en de vernieuwing. Nu rijst de vraag; Als de ééncelligen zich steeds kunnen bUjven deelcn zonder einde, terwijl steeds de dochter-individuen frisch en jeugdig bUjven, waarom vertoont dan het soma geen onsterfelijkheid? Waarom gaan dan de somacellen van een meercellige tenslotte ouderdomsverschijnselen vertoonen? Gedroegen zich de cellen van het soma als een eencellige, dan zou het soma individuee'e onsterfelijkheid vertoonen. D e c e l l e n van het soma zouden evenmin i n d i v i d u e e l e onsterfelijkheid vertoonen als de eencelligen en zulk een individueele cc^cnsterfelijkheid, die analoog zou zijn met de soma-onsterfèlijkheid der meercelligen bestaat ook nergens. Steeds deelen die somacellen zich, vele gaan te gronde, maar vooral tijdens

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van zondag 1 januari 1922

Orgaan CVNG Geloof en Wetenschap | 138 Pagina's

1922 Orgaan van de Christelijke Vereeniging van Natuur- en Geneeskundigen in Nederland - pagina 100

Bekijk de hele uitgave van zondag 1 januari 1922

Orgaan CVNG Geloof en Wetenschap | 138 Pagina's