Geheugen van de VU cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van Geheugen van de VU te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van Geheugen van de VU.

Bekijk het origineel

1922 Orgaan van de Christelijke Vereeniging van Natuur- en Geneeskundigen in Nederland - pagina 107

Bekijk het origineel

1922 Orgaan van de Christelijke Vereeniging van Natuur- en Geneeskundigen in Nederland - pagina 107

3 minuten leestijd

81

levensduur moge verhoogd zijn, tengevolge van betere hygiëne, het moge ook waar zijn, dat meer menschen een hoogen leeftijd bereiken, van een hcoger worden van de levensgrens is niets te constateeren. Het ideaal van Metschnikoff moge nog zoo schoort zijn geweest, zijn enthousiasme zuiver en intuitief, zijn ijver voorbeeldig en zelfs zijn resultaten mogen tot zoover ze bleken te reiken, voo/treffelijk zijn, het groote resultaat, dat hij zich had voorgesteld, het uitstellen en zoo mogelijk op den duur afstellen van dsn dood, b^eek in geen enkel opzicht bereikt. Men heeft getracht, verband te leggen tusschen den levensduur en verschiller de verschijnselen, om zoo een verklaring voor dien levensduur te zoeken. Een poging, om vefband te leggen tusschen lichaamsgrootte en levensduur, mislukte ten cenenmale. Het blijkt een regel met bijna evenveel uitzonderingen als opgaande gevallen, wanneer men de stelling zoekt te bevestigen, dat grootere dieren meestal langer leven dan kleinere. Wel is waar, dat zeer groote dieren als walvisschen honderden jaren schijnen te kunnen leven en olifanten ook 150 a 200 jaar. Ve'e kleinere, b.v. insecten, leven vaak zeer kort, verscheidene kleine vogels echter zeer lang en nog vele andere uitzonderingen en tegenstellingen zijn aan te halen. Ook klopt de voorstelling van verband tusschen lichaamsgrootte en levensduur niet met de redeneering, die Lipschütz ten slotte opstelt, om de kloof tussohen de onsterfelijkheid der ééncelligen en den ouderdomsdood der meercelligen te verklaren. Hij brengt dien ouderdomsdood terug op een physiologischen stofwisselingsdood. Terwijl de éénce'ligen in hun omgeving «steeds rondom hun stofwisselingsproducten kunnen afstaan, komen de cellen der meercelligen, die met elkaar in vereeniging b'ijvc", in steeds ongunstiger conditie ten opzichte van de afgifte der stofwisselingsproducten aan de buitenwereld. Hier zou eerder de omgekeerde consequentie uit zijn te trekken dan de zooeven genoemde 'regel, dat de grootere dieren langer levensduur zouden hebben. Vo'gens Lipschütz' verklaring zou het omgekeerde zijn te verwachten. Zoo schijnen beide meeningen wel onjuist te zijn en het komt mij voor, dat er heel weinig verband zal zijn te leggen tusschen levensduur en lichamelijke afmeting. Het doet denken aan de naïeve oorspronkelijke gedachte, dat er een enkelvoudig verband bestaan zou, tusschen hersenmas'ïa en intellectueele qualiteiten. Ook tusschen levensduur en lichamelijke afmeting zal zoo'n enkelvoudig verband wel niet zijn te leggen. Men heeft het verschijnsel van den verschillenden levensduur trachten te verklaren door de voorstelling, dat in de cellen een zekere levensenergie lag opgehoopt. Langzame dieren met trage

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van zondag 1 januari 1922

Orgaan CVNG Geloof en Wetenschap | 138 Pagina's

1922 Orgaan van de Christelijke Vereeniging van Natuur- en Geneeskundigen in Nederland - pagina 107

Bekijk de hele uitgave van zondag 1 januari 1922

Orgaan CVNG Geloof en Wetenschap | 138 Pagina's