1922 Orgaan van de Christelijke Vereeniging van Natuur- en Geneeskundigen in Nederland - pagina 126
100
In beginsel heeft men hier met een soortgelijke generatiewisseling te doen, als ook bij de insecten en amphibien voorkomt, echter merkwaardiger door het afzonderlijke leven der pilidium. Toch is ook de insectenpop een merkwaardig object, waarbij er veel voor te zeggen zou zijn, dat hier een geheele nieuwe individualiteit de vroegere verdringt. Houdt men nl. aan den inhoud van het begrip ,,individu" vast, dan is juist bij den overgang van rups tot vlinder het typische, dat het object niet meer tot doel heeft te blijven wat het is, maar juist iets geheel nieuws te worden. De analogie dezer verschijnselen met het ontstaan van nieuwe soorten (mutatie) wordt wel eens aangeduid, maar zou allaen zin hebben, indien het ontstaan der soorten analoog was aan het ontstaan van een individu. Deze gelijke geaardheid van phylogenese en ontogenese wordt herhaaldelijk aangenomen (o,a. B o l k ) maar men dient zich toch helder bewust te blijven van het feit, dat de eventueele phylogenese ,,einmalig" zou moeten zijn en dan aangenomen moet worden een praeformatie van a l l e vormen in de oerorganismen (Bolk) en bovendien een natuurlijk einddoel van deze, over vele diersoorten heen verloopende, ontwikkeling. Ten slotte beschouwen wij als voorbeeld van deze soort moeilijkheden de regeneratie van het z,g, leverbotje (planaria). Snijdt men dit dier op bepaalde wijze in, dan groeit het op zoodanige wijze aan, dat men een tweekoppig object krijgt. Heeft men hier nu met een of twee individuen te doen? Een dergelijke beschouwing geldt ook voor alle dubbelmonstra, maar in beginsel voor alle ontwikkeling, ook uit de eicellen. Hebben deze cellen reeds individualiteit? Dit te ontkennen op grond van de nog niet plaats gevonden hebbende bevruchting, gaat niet aan. De bevruchting moge in vele gevallen de noodzakelijke stoot tot de ontwikkeling zijn, bij alle knopvorming, parthenogenese, zoowel natuurlijke als kunstmatige, ontbreekt bevruchting, terwijl toch nieuwe individuen ontstaan. Opnieuw moet ook hier onze begripsontleding helpen. Ongetwijfeld bezit een eicel een bepaalden vorm, ook heterogeniteit zijner deelen, maar de bouw en functie der deelen hebben niet tot doel, handhaving van wat het geheel reeds is, maar alles is gericht op de vorming van iets nieuws. Zeer duidelijk is dit ook te demonstreeren aan den inhoud eener vlinderpop. Toch zijn de bewegingen der vlinderpoppen (schrikstanden) doelmatig voor het bestaan der vlinderpop. Het voornaamste kenmerk der individualiteit wordt dus aan de eicel gemist. Echter evenzeer mist men dit bij de larve van den kikvorsch b,v. En toch zal ieder een larve, een individu noemen. Dit komt, doordat bij de larve reeds een gedeelte der samenstellende deelen /eer merkbaar gebouwd zijn, met het oog op het blijven voortbestaan van het bestaande object. Bij
^
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van zondag 1 januari 1922
Orgaan CVNG Geloof en Wetenschap | 138 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van zondag 1 januari 1922
Orgaan CVNG Geloof en Wetenschap | 138 Pagina's