Geheugen van de VU cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van Geheugen van de VU te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van Geheugen van de VU.

Bekijk het origineel

1922 Orgaan van de Christelijke Vereeniging van Natuur- en Geneeskundigen in Nederland - pagina 97

Bekijk het origineel

1922 Orgaan van de Christelijke Vereeniging van Natuur- en Geneeskundigen in Nederland - pagina 97

3 minuten leestijd

'71 keeren, maar, bij wijze van sDreken, van die rivier zelf kon men terugkeeren. Brengen we eens een eencellig diertje in aanraking met alcohol, dan zal bij korten duur der inwerking, of bij weinig concentratie, een toestand van bewegingloosheid ontstaan, die bij toepassing van doelmatige middelen weer kan worden teruggevoerd tot het leven met al zijn gewone uitingen; het proces was nog omkeerbaar. Bij langduriger inwerking of sterker concentratie treedt de dood in en wat er ook wordt aangewend aan middelen, men is niet in staat het leven te doen terugkeeren. Uiterlijk kan men voorloopig gaen verschil zien. De grens tusschen leven en dood is niet te trekken. Die hangt bovendien van vele factoren af: van aard en gesteldheid van het individu, van de uiterlijke omstandigheden, van de toegepaste middelen, enz. We kunnen ook den mensch in zulk een beschouwing zeer goed betrekken. Bij een drenkeling tracht men door allerlei middelen ,,de levensgeesten weer op te wekken". Men concludeert uit het resultaat of het proces, dat bij het verdrinken heeft plaats gehad, nog omkeerbaar of reeds onomkeerbaar is, of het leven reeds is overgegaan in den dood. En dan nog in tweede instantie; wie zegt ons, dat zelfs de drenkelingen, die als dood zijn opgegeven, door tot nog toe onbekende middelen tot leven hadden kunnen worden gewekt, of dat er onomkeerbare veranderingen hebben plaats gegrepen. Misschien zullen zulke middelen nog wel eens worden gevonden. Dan is in zulke gevallen toch niet de grens tusschen leven en dood verlegd, wel practisch, maar in werkelijkheid is het onomkeerbare proces iets verder achterhaald. Alle levende wezens k u n n e n sterven. Ruw ingrijpen in de levensfuncties, hel afsnijden daarvan, is voor alle wezens mogelijk. De mythe van den wandelenden jood, die den dood niet kon vinden, heeft geen pendant in de materieele wereld. Een andere vraag is of alle levende wezens m o e t e n sterven? Zoo geformuleerd is het beslist juist, om hierop een ontkennend antwoord te geven. Voor vele ééncelligen bestaat inderdaad de mogelijkheid van niet te moeten sterven, waarmee nog niet is gezegd, dat ze als individu de onsterfelijkheid bezitten. De kwestie draait hier om de bepaling, die wel bij de definitie van den biologischeii dood als onomkeerbaar proces moet worden gevoegd, nl. dat bij dat doodsproces als resultaat een lijk ontstaat. En zoo kan men met die m,i. voorloopig bevredigende definitie inderdaad zeggen, dat vele ééncelligen niet noodzakelijk aan den dood onderworpen zijn. Weismann is wel een der eersten geweest, die deze kwestie scherp omlijnd aan de

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van zondag 1 januari 1922

Orgaan CVNG Geloof en Wetenschap | 138 Pagina's

1922 Orgaan van de Christelijke Vereeniging van Natuur- en Geneeskundigen in Nederland - pagina 97

Bekijk de hele uitgave van zondag 1 januari 1922

Orgaan CVNG Geloof en Wetenschap | 138 Pagina's