1922 Orgaan van de Christelijke Vereeniging van Natuur- en Geneeskundigen in Nederland - pagina 59
natuur een almachtig God; tegenover hel ignoramus en ignorabimus het wij kennen ten deele en wij profeteeren ten dee'e. Het is niet te verwonderen, dat iemand met zulk een krachtige overtuiging als Kramer dit onderwerp niet liet rusten en later verschenen dan ook nog verschillende andere artikelen hierover van zijn hand, waaria hij het goed recht van het vitalisme bleef verdedigen. Ook Scheimers ^) schaarde zich aan zijn zijde door zijn voordracht over de mechanische levensopvatting, maar daarna scheen toch ds strijd tot rust gekomen en een communis opinio in on: en kring gevormd te zijn, Met de komst van Buytendijk ^) veranderde echter het tooneel en werd de zoete rust, waarin het vitalisme onder ons begon te v^rkeeren, zeer ernstig gestoord. Hij begon met de schets eener analyse der functies van organen en organismen, die in het oigaan verscheen. Het gaat natuurlijk niet aan hier meer dan oen enl^el woord te wijden aan deze breed opgezette studie, dio volg^ s Buy^eridijk de schets is van eer streng dualistische, creatianistische levensbeschouwing. Hij wijst er op, dat men wel met een uiterst samengestelde structuur te doen heeft, maar dat desniettegenstaande de gewone physico-chemische wetten stellig voldoende zijn om alles te verklaren en dat daarvoor f>c3n immatciiesle factoren noodig zijn. De enorme scheiding tusschen de doode en de levende natuur zou dan moeten worden toegeschreven aan de eigenaardige samenwerking en de hoogc gecompliceerdheid van actie en reactie. Als vervolg op dit artikel hield Buytendijk ') daarna een voordracht over het oorzakelijk verband in de natuur. Na een breedvoerige inleiding sprak hij als zijn meening uit, dat de vitalistische en de neo-vitalistische systemen een onvoldoende verklaring geven der ervaringsfeiten en ook niet vereenigbaar zijn met de door hem aangenomen causaliteitsopvatting. Hij neemt geen materialistische maar een mechanistische levensbeschouwing aan en komt aldus tot een architectonische verklaring, waarbij hij echter niet van een monistisch maar van een dualistisch standpunt uitgaat. Het is niet te verwonderen, dat deze beschouwingen van ^) Dr. D. Schermers. De mechanische levensopvatting, Orgaan 1907/1908, pag. 56-83. ^) F. J. J. Buytendijk. Schets eener analyse der functies van organen en organismen, Orgaan 1912/1913, pag. 1-59. ^) F. J. J. Buytendijk. Over het oorzakelijk verband in de natuur, Orgaan 1913/1914, pag. 1-35. Voordracht 8 Mei 1913 te Utrecht.
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van zondag 1 januari 1922
Orgaan CVNG Geloof en Wetenschap | 138 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van zondag 1 januari 1922
Orgaan CVNG Geloof en Wetenschap | 138 Pagina's