Geheugen van de VU cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van Geheugen van de VU te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van Geheugen van de VU.

Bekijk het origineel

1922 Orgaan van de Christelijke Vereeniging van Natuur- en Geneeskundigen in Nederland - pagina 109

Bekijk het origineel

1922 Orgaan van de Christelijke Vereeniging van Natuur- en Geneeskundigen in Nederland - pagina 109

2 minuten leestijd

83

omdat ze niet meer behoorlijk functioneeren op het gebied der uitscheiding, bestaat daardoor ook geen individueele celonsterfelijkheid, die ook trouwens nergens bekend is in de levende naïuur, zooals we zagen, ook niet bij de eencelligen. Nu blijft nog de groote moeilijkheid: waarom bestaat er geen individueele celonsterfehjkheid? Theoretisch bestaat hier, voor zoover ik weet, physiologisch en physisch-chemisch geen bezwaar tegen. Waarom nu dit verschijnsel toch niet bestaat, waarom nu een cel, die zich niet deelt, tenslotte sterft, daarover bestaat, voorzoover mij bekend, physiologisch geen inzicht. Dit is intusschen in laatste instantie een der kernpunten in het vraagstuk van den dood in physiologisch opzicht. Het begrijpen van dit vraagstuk lijkt mij ten nauwste samen te hangen met dat andere tot nu toe onopgeloste vraagstuk van het wezen des levens, zooals ook Delage zegt in ,,La structure du protoplasma": ,,Le mystère de la mort reste aussi intact, que celui de la vie". Ook op het toch piincipieele verschil tusschen ééncelligen en de geslachtscellen der meercelligen ten opzichte van deeling en dood, wil ik nog even terugkomen. Bolk wijst er terecht op, dat de voortplantingscellen der meercelligen ook sterk gedifferentieerde cellen zijn. Juist zij zijn ook cellen in de cellenstaat, die hun verder deelingsvermogen zonder bevruchting hebben verloren, zoodat ze zelfs steeds ten gronde gaan, zonder bevruchting. Ze differentieeren zich al zeer vroeg bij de klieving, zooals bekend is en ook is in dit opzicht merkwaardig, dat bij de vrouw al op het 2de jaar zich de plm. 40.000 geslachtscellen reeds hebben gedifferentieerd. Hoogstens plm. 45 jaar kunnen ze gedeeltelijk in dien toestand blijven en gaan dan, als bevruchting uitblijft, ten gronde. Bolk wijst ook op het verschijnsel, dat ook pathologisch geen deelingstumoren der geslachtscellen bekend zijn en dat het ovarium na partieele excisie zich niet schijnt te regenereeren evenmin als b.v. zenuwweefsel. Een begin van differentiatie van cellen vertoont Volvox, die hoev/el kolonie van ééncelligen, toch nog zoo duidelijk de individualiteit der samenstellende ééncelligen ruimte laat en als zoodanig nog vrijwel een som van individualiteiten is. Die merkwaardige Volvox biedt eenige aanknoopingspunten voor de opvatting van verband tusschen celdifferentiatie, speciaal van geslachtscellen en den somadood. Bij de Volvocinee Pandorina heeft elk individu niets van zijn eigen bestaan opgegeven en vervult alle functie's tot de voortplanting toe. Bij Volvox globator differentieeren zich voortplantingsindividuen en daar vinden we dan voor het eerst, om zoo te zeggen.

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van zondag 1 januari 1922

Orgaan CVNG Geloof en Wetenschap | 138 Pagina's

1922 Orgaan van de Christelijke Vereeniging van Natuur- en Geneeskundigen in Nederland - pagina 109

Bekijk de hele uitgave van zondag 1 januari 1922

Orgaan CVNG Geloof en Wetenschap | 138 Pagina's