1922 Orgaan van de Christelijke Vereeniging van Natuur- en Geneeskundigen in Nederland - pagina 85
63
cntschliesse mich" duidelijk uitkomt, dat er wat met mij gebeurt. Het voorspel, het ontstaan van het willen, valt in dit eerste stadium. Het tweede stadium is ,,in een willenden toestand verkeeren". Dit is blijvend, er is een blijvend ingesteld zijn. Zoodra men een 'angeren tijd heeft, dan komt dit stadium beter voor den dag, minder zoo er maar weinig tijd is tusschen Ic en 2e stadium. Men wil b.v. een brief schrijven zou eigenlijk moeten heeten; men besluit te willen schrijven. Deze verschillen tusschen de 2 genoemde stadia komen het beste uit, wanneer men zich realiseert, hoe de wilszwakle verschillend is, al naar gelang het Ie of 2e stadium in aanmerking komt. In het eerste geval is het zoo, dat men tusschen verschillende mogeijkheden geen beslissing kan nemen. Is er echter een beslissing genomen, is er eenmaal een keuze gedaan, dan gaan de besluilen energisch in daden over. Of wel er ontbreekt de laatste stoot en een vreemde kan door zijn autoriteit de wilszwakte overwinnen. Nu is er echter een derde type van wilszwakte en daar\oor komt het tweede sladium in aanmerking, dan is er geen concentratie van den wil, het voortdurend verkeeren in een willenden toestand ontbreekt. Wanneer nu weer de vraag gesteld wordt: ,,is ondoorleefd willen mogelijk", dan kan dit niet gelden voor het Ie stadium Het ik overweegt, de keuze geschiedt, ik besluit, dit alles wijst op een acti^iteit, een positie nemen en daarbij kan men principieel nooit van ondoorleefd spreken. Wel kunnen begeerten en strevingen hun werking ontplooien en van het ontstaan van den toestand, die op een bepaald doel gericht is, weet men niet, het geschiedt ondoorleefd. Men streeft naar hooger dingen en begeert ze, maar dat steekt er achter, terwijl men met genoegen de wetenschap blijft beoefenen, zich opofferingen getroost. Hier is er verschil tusschen doel van het streven en het doel van den wil. Interessant is in dit opzicht ook de opmerking \ a n Geiger, dat specifieke wilsmenschen niet voor, maar tegen de wilsvrijheid partij kozen. Juist bij zwakkelingen is de vrijheid van keuze het grootste. Hier zijn het de diepere driften, zoo nauw met de innerlijke persoonlijkheid verbonden, die de onmiddellijke doelrichtingen aangeven, ze kunnen langzamerhand ook gevormd worden in het donkere onbewuste, langzaam en buiten den wil van het individu. Hier zegt de levenservaring en de introspectie, dat ze ondoorleefd kunnen ontstaan. Maar komen ze niet voor den dag en kunnen ze niet doorleefd worden in den droom? Daarvoor is geen scheiding in latenten en manifesten droominhoud noodig, zooals Freud het wil, geen zoogenaamde mechanismen, behoeft men geen rekening te houden met censuur, om nu en dan iets te weten te komen van die begeerten en strevingen, die in de diepste diepten
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van zondag 1 januari 1922
Orgaan CVNG Geloof en Wetenschap | 138 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van zondag 1 januari 1922
Orgaan CVNG Geloof en Wetenschap | 138 Pagina's