1922 Orgaan van de Christelijke Vereeniging van Natuur- en Geneeskundigen in Nederland - pagina 76
54
merschen komen -\oort kwade gedachten, overspelen, hoererijen, doodslagen". Van de wedergeboorte ,,Ik zal mijn wet in hun binnenste geven en zo' die in hun hart schrijven". Of ,,de wind blaast, waarheen hij wil en gij hoort z'jn geluid, maar gij weet niet, vanwaar hij komt en waar hij heengaat, alzoo is een iegelijk, die uit den geest geboren is' . We kunnen moei'ijk zoo verbaasd staan, als Windelband doet, wanneer hij zeg!, dat men nauwelijks terugschrikt voor de ,,unheimliche" voorstel ingen, ,,dat bij ons zieleleven inhouden, bewegingen (,,Regungen"] en strevmgen kunnen behooren, van welke wij in onze bewuste werkzaamheden, waarbij alles helder is, niets vermoeden, dat we daaroo voorbereid moeten zijn, dat we uit onze donkere diepten machten in ons zelf zien opstijgen, waar'egen ons rationeel bewust weten niet bestand is". Wat aan hartstocht en ,,Unvernunft" uit onbekende gronden in het menschenleven inbreekt, geldt a's volkomen bevestiging dezer levensopvatting en alle irrationeele neigingen der tegenwoordige wereldbeschouwing hebben hier in de daemonische macht van het onbewuste hun gewenscht verzamelpunt. Gaat men methodologisch na, wat onder het onbewuste te verstaan is, dan ligt het voor de hand, dat het onbewuste nooit een ding van ervaring is. Daarom, zegt Windelband, is het onbewuste een hypothese, het is het aannemen van iets, dat we niet zelf bij ervaring hebben. We hebben echter behoefte de bewustzijnstoestanden, die we bij ervaring hebben, te verklaren, vandaar het motief der hynothese. Zij is echter niet te vcri fieeren, dus zou zij ook naar haar wezen onbekend zijn, we kunnen er niets van zeggen. Het onbewuste kan alle2n aangeduid worden door de analogieën met de bewuste toestanden, die we daarmee op een of andere wijze in verklarend verband willen brengen, In de tweede plaats mogen de physische toestanden en verhoudingen niet voor de verklaring gebruikt worden. Het onbewust phvsische meent men niet, wanneer men spreekt van de psychologische hypothese van het onbewuste. We meenen (dit in de derde plaats!• wanneer we spreken van onbewuste voorstellingen, gevoelens, wielingen, daarmee iets wat, wanneer het bewust was of werd, de bekende verschijnselen van voorstellen, voe'en of willen zouden zijn. De Dsychische inhouden, dit wordt in de hypothese vooropgesteld, kunnen objekt de»- psychische functie z^jn met het verschil, waarnaar deze funktie in bewuste of onbewuste werkzaamheid zich daaraan ontvouwt. Zoo zou er een beperkinsJ zijn tot een vrij eng gebied Men zou de hypothese alleen behoeven toe te passen voor de herinneringen in de tijden, dat we niet daaraan denken, Windelband
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van zondag 1 januari 1922
Orgaan CVNG Geloof en Wetenschap | 138 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van zondag 1 januari 1922
Orgaan CVNG Geloof en Wetenschap | 138 Pagina's