Vu cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van Vu te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van Vu.

Bekijk het origineel

1922 Orgaan van de Christelijke Vereeniging van Natuur- en Geneeskundigen in Nederland - pagina 28

Bekijk het origineel

PDF Bekijken
+ Meer informatie
Print this document

1922 Orgaan van de Christelijke Vereeniging van Natuur- en Geneeskundigen in Nederland - pagina 28

2 minuten leestijd

18

dige voorstudie gemaakt hebben en het is volgens COHEN de fout van BRUNETIèRE dat hij zulks heeft verzuimd. Indien hij dit had gedaan, evenals v. HARTMAiMN en BERGSON, dan zou zijn oordeel geheel anders geweest zijn, maar nu wordt daardoor aan zijn betoog alle beteekenis ontnomen. In de plaats van een photographic geeft hij nu een karikatuur, want hij ziet gepopulariseerde wetenschap aan voor ecliLe wetenschap. BRUiNETIèRE en de zijnen verhalen geen waarheid maar een sprookje en als een bewijs hoe de ware wetenschap en het I juiste natuuronderzoek op den mensch kunnen inwerken, daarl toe beschrijft COHEN zij het ook aphoristisch zijn eigen bele' ven, waarvan ik enkele punten met zijn eigen woorden mededeel. ,,Religieuze voorstellingen in den engeren zin van het woord, van buiten af, zijn mij vreemd gebleven, terwijl zij zich ook niet in mij zelven hebben ontwikkeld. Na den doktershoed te hebben verworven, heb ik mij sinds dertig jaren aan de Universiteit onafgebroken aan natuuronderzoek en onderwijs gewijd." ,,Ter ontwikkeling van die eigenschappen, welke het karakter vormen, heb ik door natuuronderzoek een voortreffelijke leerschool doorloopen. Dat zij niet geheel zonder vrucht is gebleven meen ik te moeien afleiden uit de waardeering, de vriendschap, de liefde, welke ik in mijn leven heb mogen ondervinden en bij het diepste leed, dat mij heeft kunnen treffea, het heengaan van haar, die mij het liefste is geweest, hebben de voorstellingen, welke het onderzoek der natuur in mij hebben gewekt en welke naar den huldigen stand onzer kennis, den dood als het einde doen beschouwen, mij volledige berusting geschonken," Het is niet te verwonderen, dat de rede van COHEN aanleiding heeft gegeven tot een breedvoerige bespreking in de pers, want zij werd door velen met zeer gemengde gevoelens aangehoord. Het is dan ook zeer de vraag of COHEN zelf vrij is gebleven van de fout, waarvan hij BRUNETIèRE beschuldigt, want moet de beschouwing, die hij zelf heeft gegeven niet veel eer een karikatuur dan een pholographie genoemd worden? Reeds aanstonds wekt het niet weinig wantrouwen, wanneer iemand met de bewering optreedt, dat religieuze voorstellingen hem vreemd zijn gebleven. Onwillekeurig denkt men dan aan de woorden van den psalmdichter, die reeds sprak van een dwaas, die in zijn hart zeide, dat er geen God is. En VISSCHER wees er in zijn bekende rectorale rede ook met nadruk op, dat er wel zijn die zich rein meenen van al hetgeen naar religie zweemt, maar dat er in dezulken meer religieus gevoel gist, dan zij zich zelf bekennen. Ik meen, dat COHEN op dezen alge-

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van zondag 1 januari 1922

Orgaan CVNG Geloof en Wetenschap | 138 Pagina's

1922 Orgaan van de Christelijke Vereeniging van Natuur- en Geneeskundigen in Nederland - pagina 28

Bekijk de hele uitgave van zondag 1 januari 1922

Orgaan CVNG Geloof en Wetenschap | 138 Pagina's

PDF Bekijken