1922 Orgaan van de Christelijke Vereeniging van Natuur- en Geneeskundigen in Nederland - pagina 129
103
vliegt het insect naar een andere plant, waar het zijn eieren op eigenaardige manier in het vruchtbeginsel legt. Vervolgens plaatst de mot de stuifmeelklomp op een uitholling in den stamper, waardoor de eicellen der plant zich kunnen ontwikkelen en het voedsel normen voor de larven der mot. Deze eet echter van de paar honderd zaden slechts een twintigtal op. Kan men nu echter plant en insect samen, deelen van één individu noemen? Stellig niet, want niet het voortbestaan der eerheid, maar het voortbestaan der deelen is kennelijk het doel der v/erking en bouw der dealen, hoewel deze werking en bouw a l e c n bestaanbaar is als eenheid. Wij moeten deze onderscheiding we! in het oog houden in verband met de denkbeelden door v o n Uexküll, D r i e s c h , B e c h e r e.a, opgeworpen omtrent den aard van hoogere eenheden en ,,überindividuelles psychisches" v o n U e x k ü l P ) drukt zich ter verklaring van reciproke doelmatigheid in een 'beeld uit, nl. in het beeld van de harmonie van een melodie. Evenals in een me'odie er een onderling, door de eenheid bepaalde en gereguleerde samenhang bestaat, zoo zouden ook de individuen tot een hooigere harmonische eenheid zijn verbonden. De moeilijkheid van deze voorstelling is, dat de werkelijkheid, waarvan zij een beeld wil zijn toch niet goed als melodie denkbaar is, zonder dat deze melodie ook voortgebracht wordt gedacht. Neemt men geen bovennatuurlijke ,,melodie-voortbrenger" aan en v o n U e x k ü l l doet dit niet, dan zouden de noten zelf de melodie zingen, wat alleen mogelijk kan zijn, indien een wetmatige ordening hiertoe in zekeren zin immanent in de organismen aanwezig is. De metaphysische verwerking van de begrippen is dan ook bij v o n U e x k ü l l steeds de groote moeilijkheid, die door hemzelf niet in die mate wordt gevoeld, daai hij in hyper-Kantiaanschen zin de wetenschap in ,,voorstellingen omtrent de werkelijkheid" meent te moeten laten opgaan. Door D r i e s c h is in veel voorzichtiger en logischer vorm de gedachte van het bestaan van überindividu" ontwikkeld. D r i e s c h ontwikkelt het individualiteitsbegrip uit het begrip van ..Ganzheit". Na uiteengezet te hebben, dat evenals substantialiteit en causaliteit, zoo ook ,,geheelheid" kategorie is, omdat ook zonder dit begrip ervaring onmogelijk kan bestaan, wordt door D r i e s c h ,,Ganzheit" en individualiteit als identiek genomen. Dit is de grond, waarom D r i e s c h niet alleen (evenals v o n U e x k ü l l ] de menschheid als organisme beschouwen wil en kan, maar ook meent dat de individuen in ge^) v, Uexküll Hicoretische Biologie (1920) en Biolog. Briefe an cincr Dame (1920) p. 85 e.v.
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van zondag 1 januari 1922
Orgaan CVNG Geloof en Wetenschap | 138 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van zondag 1 januari 1922
Orgaan CVNG Geloof en Wetenschap | 138 Pagina's