1922 Orgaan van de Christelijke Vereeniging van Natuur- en Geneeskundigen in Nederland - pagina 102
76 liatie schijnt de oorzaak te schuilen van den dood, tenminste van den cellendood, Nu dient hierbij weer even opgemerkt, dat bij het zich blijven deelen van die ongedifferentieerde weefsels, terwijl de andere cellen affleiven, inderdaad geen dood der cellen wordt gevonden, maar een celonsterfalijkheid evenmin; ook zegt de dood van een groot aantal cellen nog niets rechtstreeks over den eventueel en dood van een meercellig lichaam van plant of diei-. Intusschcn levert het plantennjk wel meer eigenaardige voorbcck'cn op van betrekkelijke onsterfelijkheid van meercelligen. in vele gevallen van ongeslachtelijke voortplanting b.v, de banaan en hc suikerriet, die reeds eeuwen door stekken worden vermenigvuldigd, en nog steeds treedt in die feitelijk dus zeer oude botanische individuen geen ouderdomszwakte op. Misschien zijn er echter wel in soortgelijke gevallen ouderdomsverschijnselen geconstateerd, die ook met ouderdomszwakte ccnig verband schijnen te houden, We komen hier straks op terug. In het plantennjk zijn dus voorbeelden te over te vinden van onsterfelijkheid der teellwecfselcellen op de manier der ééncelligen en daardoor ook wellicht van onsterfelijkheid der plantenlichamcn. Dat is dan levens het geval bij lichamen met onbeperkten groei, waarbij van volwassen zijn niet gesproken kan worden en waarbij men ook niet van individu in den gewonen zin kan spreken. Ook in het dierenrijk komt vermoedelijk hetzelfde voor, in den groep der koralen. Tech bestaat anderzijds in het plantenrijk ook wel degelijk het omgekeerde verschijnsel van sterfelijkheid van plantindivicïuen en zelfs een zeer scherpe grens wordt b.v. bij de éénjarige gewasson aan hun leven gesteld, doordat ze door inwendige oorzaken en niet alleen door k.imaatsinvloeden afsterven en ook de tweejarige evenzoo. Correns beschrijft het geval bij hennepplanten, waarbij de manlijke p'anten aan het einde van den bloei afstierven, de vrouwe ijke p'anten eenige weken later, na het rijpen der vruchten. De dood va.i éénjarige en tweejarige planten enz. is onder bepaalde omstandiE^heden uit te stellen, maar hier komt van zulk uitstel nooit afstel. Ook de plantenlichamen en plantencelJcn zijn niet onder één gezichtspunt te overzien, Bloemdeelen .':tcrven scms af, wal Doflein partieelen dood noemt, bij orchideën rclfr, vlak na de bcrc^ring van den stempel door het stuifmeel, terwijl ze anders maandenlang frisch kunnen blijven, anderzijds sterven irisbloemen met of zonder bevruchting in 3 dagen af. In zu'ke doodsverschijnselen heeft men physiologisch nog heel weinig inzicht. Bij den mensch en de gewervelde dieren heeft men over de
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van zondag 1 januari 1922
Orgaan CVNG Geloof en Wetenschap | 138 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van zondag 1 januari 1922
Orgaan CVNG Geloof en Wetenschap | 138 Pagina's