1923 Orgaan van de Christelijke Vereeniging van Natuur- en Geneeskundigen in Nederland - pagina 15
7 mogelijk is, met de Schrift in de hand het wonder op deze wijze te beperken. Wie de Schrift leest, merkt op, dat ze al Gods werken wonderwerken noemt. Hij is het, Die mensch en dier doet geboren worden. Die het zaad doet ontkiemen. Hij geeft leven, dat niemand geven kan. Hij onderhoudt het leven. Hij breekt het af op Zijn tijd. In den tijd, waarin we ons bevinden, zien we veelal in dat alles orde noch regel, maar overzien we eeuwen later de geschiedenis, dan verstaan we soms, dat het aldus geschieden moest Zoo wordt de grootheid Gods bewonderd en aanbeden in Zijn werken. In dezen toonaard zingt b.v. Ps. 104. Daar wordt gejubeld over de schepping en haar vastigheid. Van de wereld heet het: zij zal nimmermeer noch eeuwiglijk wankelen. De zondvloed, die met dat alles in strijd is, wordt dan ook in de Schrift als de uitzondering voorgesteld. Zoo zal het nooit meer geschieden, Jes, 54 : 9. Na den zondvloed keert God tot de gewone orde terug. Doch hoe waar dat alles is, van wat de Schrift de bijzondere werken Gods noemt, spreekt ze anders. Die laat ze juist buiten den regel vallen. Al Gods werken toonen Zijn kracht en majesteit. Maar ze geschieden naar vaste orde, waaraan God zich wilde binden. Een enkele maal echter doet God iets, dat weer herinnert aan het scheppen. God gebruikt daarbij wel voor een groot deel, wat in de Schepping door Hem is gelegd, maar toch ook nog iets anders. Er kunnen physische veranderingen komen (wonder te Kana). Men heeft het wel aldus uitgedrukt; gelijk God door de profetie het bewustzijn vernieuwt, zoo door het wonder het zijn (Bavinck, Geref. Dogmatiek, I blz. 350). Het is dus niet zoo, dat het wonder de openbaring Gods is in ruimte en tijd, want God openbaart Zich altijd, maar Hij openbaart zich in het wonder anders, dan volgens den regel'dien Hij zelf stelde om zich te openbaren. Nu wezen we met opzet op Psalmen, als 104, men vergelijke ze met andersoortige als Ps. 105 en 106. Deze psalmen bezingen den indruk, dien het doen Gods op menschen maakte, maar op geïnspireerde en dies onfeilbare zangers. Evenwel de menschelijke ervaring stemt daarmee volkomen overeen. Wij allen zijn er vast van overtuigd, dat er wonderen geschied zijn en ten deele nog geschieden. Dat besef leeft bij alle volken. Trek af alle fabeltjes, alle verkeerd begrepen of uitgelegde verschijnselen, alle verzonnen verhalen — er blijft evenwel een rest, die niet af te trekken is, In de wereld, de natuur, ziet de mensch ratio, rede, maar hij ziet ook het irrationeele, als uitzondering, maar toch aanwezig. Schrift en ervaring verzetten zich tegen de verklaring, dat er alleen wonderen voor ons zouden zijn, en geen ,,objectieve"
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van maandag 1 januari 1923
Orgaan CVNG Geloof en Wetenschap | 68 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van maandag 1 januari 1923
Orgaan CVNG Geloof en Wetenschap | 68 Pagina's