Vu cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van Vu te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van Vu.

Bekijk het origineel

1924 Orgaan van de Christelijke Vereeniging van Natuur- en Geneeskundigen in Nederland - pagina 28

Bekijk het origineel

PDF Bekijken
+ Meer informatie
Print this document

1924 Orgaan van de Christelijke Vereeniging van Natuur- en Geneeskundigen in Nederland - pagina 28

2 minuten leestijd

^ Ook zitten daar de archegoniën, vrouwelijke organen, waarin zich een eicel ontwikkelt. Aangelokt door een stof, welke uit de hals van het archegonium uittreedt, zwemt een spermatozoïde naar binnen en bevrucht de eicel. De zygote, welke aldus ontstaat, groeit uit tot de varenplant. Bij een Watervaren, b.v, Salvinia natans, bevinden zich tusschen de zwemmende bladeren ronde bolletjes. Het zijn gewijzigde sori en dragen den naam van sporocarpen, met kleine, mannelijke of microsporangiën en grootere vrouwelijke of macrosporangiën. Een microsporangium bevat 64 microsporen. Ieder der sporen ontwikkelt in 't sporangium tot een klein ongekleurd prothallium. Hierop ontstaan 2 2-cellige antheridiën. Elk antheridium geeft twee spermatozoïden. Een macrosporangium heeft een een-lagige wand, waarbinnen maar één macrospore zit. De spore groeit naar buiten als een klein groen prothallium, dat niet losraakt van den sporangium-wand. Er zitten eenige archegoniën op. Een spermatozoïd dringt in een archegonium en bevrucht de eicel, er ontstaat een zygote, waaruit de Watervaren groeit. Tot de Gymnospermen of naaktzadigen brengt men die planten, welke hun zaden niet in een vruchtbeginselwand besloten hebben. Zij zitten vrij aan den rand van de carpellen, Er behooren toe onze dennen, sparren, taxussen, araucaria's enz, Enkele groepen, welke wij als kas- en parkplanten kennen, zijn de Cycadeeën o.a. Cycas revoluta, de valsche sago uit Japan en de Ginkgoïnen o.a. Ginkgo biloba uit China, ook wel in onze tuinen, Cycas heeft groote, stijve geveerde bladeren, die wij in grafkransen gebruiken. Dat zijn de steriele bladeren — de tl ophophyllen. Maar Cycas heeft ook kleiner bladeren, de sporophyllen, sommige met vele helmhokjes, andere met zaadknoppen. Daarin bevinden zich respectievelijk de micro- en macrosporen. Duidelijk blijkt bij Cycas de bladachtige natuur der sporedragende organen. Nemen we nu een grove den. De meeldraden — de sporophyllen — hebben twee helmhokjes — de microsporangiën. De stuifmeelkorrels welke daarin ontstaan zijn de microsporen, 2^o'n microspore bezit eenige cellen, waarvan een paar gemakkelijk vergeleken kunnen worden met een tweetal prothallia. Hierop groeit een antheridiumcel, welke de stuifmeelbuis levert, In die stuifmeelbuis ontstaan de twee spermatozoïden. Die hebben niet meer de krans van ciliën, welke voorkomen aan de spermatozoïden van Varens, Ginkgo en Microcycas, De vrouwelijke bloemen van Pinus zijn de kegels. Een kegel bestaat uit een as met schubben. Die schubben dragen aan hun

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van dinsdag 1 januari 1924

Orgaan CVNG Geloof en Wetenschap | 92 Pagina's

1924 Orgaan van de Christelijke Vereeniging van Natuur- en Geneeskundigen in Nederland - pagina 28

Bekijk de hele uitgave van dinsdag 1 januari 1924

Orgaan CVNG Geloof en Wetenschap | 92 Pagina's

PDF Bekijken