1924 Orgaan van de Christelijke Vereeniging van Natuur- en Geneeskundigen in Nederland - pagina 50
42 Zoo'n catastrophe kan de Bijbelsohe Zondvloed ook geweest zijn. Het is bekend, dat bij vele volkeren (uitgez. in Afrika) herinneringen bestaan van een grooten vloed. Dat zou kunnen wijzen op zijn algemeenheid. Maar het is duidelijk, dat de vloedverhalen ook hun oorsprong kunnen vinden in locale overstroomingen ^), Toch gelooven wij, dat we den verdervenden invloed van den Zondvloed niet behoeven te onderschatten. Het zou misschien niet onmogelijk zijn, dat hij plaats had in den diluvialen ijstijd, aangezien de geologen wijzen op een gelijktijdige pluviale periode in Egypte, Maar het is te begrijpen, dat de diastrophen en paroxysmen niet met zulke in korten tijd plaats hebbende catasrophen vergeleken kunnen worden, omdat deze langer duurden en hun invloed over grooter gebied deden gelden. In 't palaeozoïcum zou op het Zuidelijk Halfrond het continent Gondwana-Iand met een rijke flora en fauna gelegen hebben, In Trias-, Jura- en Krijttijd zijn vele dealen daarvan verzonken. En daarbij zullen de dieren en planten vernietigd zijn. Aan het einde van het Krijt-tijdperk zullen in Noord-Amerika groote gebergten zijn ontstaan en hebben vulkanische uitbarstingen plaats gehad op groote schaal. Vele wijzigingen zijn aangebracht in de verhouding van land en zee. Wie zegt, dat al speelden deze verschijnselen zich in geen korten tijd af, de invloed op flora en fauna niet groot zal zijn geweest? En wat meer in het bijzonder de planten betreft; aangezien zij voornamelijk in de steen- en bruinkolenlagen aangetroffen worden, zullen zij ook door buiten-invloeden uitgestorven zijn. De venen, waaruit ze ontstonden, lagen volgens Potonié dn dalende gebieden aan de kusten der zeeën. Zij werden geregeld door zeewater bedekt, dat er allochthone sedimenten oplegde. Zooiets geschiedde in korten tijd, anders zouden de in deze sedimenten aanwezige plantaardige organismen verrot zijn. Dat op het oogenblik zulke venen niet ontstaan, ligt er aan, dat wij niet verkeeren in een tijd, waarin heftige bodembewegingen plaats grijpen. Maar hoe dit zij, de planten verloren haar leven door overvloeüngen. Zoolang het warmer Carboon-klimaat zich niet merkbaar wijzigde waren ze in staat zich te handhaven en nieuwe venen te vormen. Toen de temperatuur daalde en de bodembewegingen ophielden stierven vele uit. Ook het klimaat kan plaatselijk van invloed zijn. Droogt een landstreek uit, dan gaat alles zijn leven inboeten, of het ge-
^) Zie Dr. T. M. Th. Böhl. Verklaring Genesis. Tekst en Uitleg. 1923, en Dr. J. P. Lotsy. Vorlesungen ueber Deszendenztheoriën. I. S. 332 en vervolsens.
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van dinsdag 1 januari 1924
Orgaan CVNG Geloof en Wetenschap | 92 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van dinsdag 1 januari 1924
Orgaan CVNG Geloof en Wetenschap | 92 Pagina's