1924 Orgaan van de Christelijke Vereeniging van Natuur- en Geneeskundigen in Nederland - pagina 44
36 embryologische parallelismen, welke ongetwijfeld op verwantschap wijzen, verklaard moeten worden uit een ideeële samenhang der organismen. Dat kan, dunkt ons, minstens zoo goed als uit een genetisch verband ^). En levert de phytopalaeontologie nu vele voorbeelden van de toepassing van den regel, zooals Von Wettstein hem formuleert? Ook al niet. Wel vindt men resten van vegetatieve prothallia in stuifmeelkorrels, waarop we reeds wezen, (Cordaïtes) Scott vond, dat de structuur van den jongen stam van Lyginodendron in bouw overeenkwam met den stengel van een varen (Osmunda) ^] de oudere stam evenwel met een Cycasachtigen stengel. En zoo zijn er enkele gevallen meer. We kunnen onze opmerkingen niet b e ë i n d ' ^ n zonder iets gezegd te hebben over het uitsterven, volgens Pompeckj, het moeilijkste vraagstuk uit de palaeontologie. Na het mooie artikel van De Gaay Fortman zullen wij weinig nieuws naar voren brengen, alleen nog eens wijzen op onze voorstelling van catastrophen. Steinmann ') ontkent het uitsterven. De verdwenen groepen bestaan volgens hem, nog altijd, maar in gewijzigden vorm. De Lepidodendraeeën en de Cordaieten werden tot Gymnospermen; Calamieten tot Casuarinen en Gramineeën; de Sigillariaceeën hebben zich tot Cacteeën vervormd. Hij beroept zich op Lamarck en drukt als motto op het titelblad van zijn boek, een woord van dezen philosoof af: ,,Les races des corps vivants subsisient toutes, malgré leurs variations". Waar werkelijk van uitroeien sprake is, is de mensch de oorzaak. Dit laatste is niet onjuist, Van vele dieren en wellicht ook van planten is het verdwijnen aan den mensch te wijten. De groote jachtdieren van het diluvium en misschien ook uit het jong-Tertiair zijn hem ten prooi gevallen. Overigens vindt de voorstelling van Steinmann bij de onderzoekers geen steun. Een zeer duidelijk voorbeeld, waaruit de onjuistheid der theorie van Steinmann blijkt, geeft Otto Wilckens *). De schelpsoort Inoceramus is een gidsfossiel voor het boven-Krijt en komt over de gehee'e wereld voor. Noch in 't Tertiair, noch recent is ook maar een enkele er op gelijkende of gemakkelijk er van af te leiden soort aanwezig.
1) Zie Das Buch des Natur. Entwurf einer Kosmologischen Theodicee nach Fr. Lorinsers Qrundlage. Bnd. II. S. 811. ') Lotsy Bot. Stamm. II. S. 711. ') Gustav Steinmann. Grundlagen der Abstammungslehre 1908. *) Dr. Otto Wilckens. Ueber das Aussterben groszen Tiergruppen. im Laufe der Erdgeschichte Naturw. Wochenschrift. No. 45. 1911.
II
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van dinsdag 1 januari 1924
Orgaan CVNG Geloof en Wetenschap | 92 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van dinsdag 1 januari 1924
Orgaan CVNG Geloof en Wetenschap | 92 Pagina's