Geheugen van de VU cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van Geheugen van de VU te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van Geheugen van de VU.

Bekijk het origineel

1924 Orgaan van de Christelijke Vereeniging van Natuur- en Geneeskundigen in Nederland - pagina 47

Bekijk het origineel

1924 Orgaan van de Christelijke Vereeniging van Natuur- en Geneeskundigen in Nederland - pagina 47

3 minuten leestijd

39

ten, welke uitsluitend in de watervallen leven v.n.l, in Zuid-Amérika. Zeer bekend zijn de plantaardige Parasieten, welke op bepaalde planten leven en daardoor organen verloren, b.v. chlorophyl. Vele pa'aeozoische varens bezaten aphlebiën om water vast te houden; luchtwortels vond Potonié bij bepaalde fossiele vormen; verbreedingen van de ondereinden der stammen kwamen voor bl" Taxodiums als aanpassing aan 't leven in moerassen, zooals thans bij Nyssa's nog te zien is. We kunnen ons voorstellen, dat, als de levensomstandigheden zich wijzigen, de eenzijdige speciailseering oorzaaK kan worden van den ondergang van zulke planten. Toch kunnen wij niet zeggen dat de verdwenen plantensoorten alle zulke specialisaties vertoonden. Waarin die specialiseering moet hebben bestaan bij Lyginodendron, Sphenophyllum, Cordaïtes enz., begrijpen wij niet. Zij hadden toch voorzoover wij kunnen nagaan, geen andere toerustingen dan hun verwante recente vormen. Er zal voor 't uitsterven van vele dier- en plantengroepen een andere oorzaak zijn. Die kan voor sommige soorten seniliteit zijn, ouderdomszwakte. Het begrip zou aan te duiden zijn als een langzaam verliezen van de levenskracht, ook zonder dat de levensomstandigheden zich merkbaar wijzigen. Het is aannemelijk, dat een soort een bepaalde levensduur kan hebben. Gewoonlijk wijst men deze voorstelling als mystisch of vitalistisch af. Want de oorzaak kan men niet opgeven. K. E. von Baer merkt o.i. terecht op, dat wanneer een groep of soort door innerlijke, physiologische oorzaken uit zal sterven, dat wel het eerst blijken zal uit afname der voortplantingskracht, hetgeen ons herinnert aan de bovengenoemde voorstelling van Rosa. Evenwel noch bij de recente, noch bij de fossiele vormen is van seniliteit iets positiefs aan te toonen. We willen wijzen op Trapa natans, de waternoot, een plant, welke in Nederland en West-Pruisen verdwenen is en die in Scandinavië en de Russische wateren uitsterft, zonder dat men een wezenlijke oorzaak kan opgeven. Ook in onze kassen wil zij niet goed voort. In de landen van den Kaukausus komt zij daarentegen veelvuldig voor en strekt haar gebied tot in Oost-Azië uit. Er zijn planten, die slechts op beperkte gebieden groeien, zooals de Atlantische ceder in den Atlas; de Deodaraceder in den Westelijken Himalaja; de Sequoia's in 't Sierra Nevada van Californië en nog een paar plekken. Primula impcrialis, die van één plaats op Java en in de Gajoe-landen bekend is; Primula prolifcra op den Himalaja en het Khasagebergte enz, We beweren volstrekt niet, dat deze planten uitsterven zullen, maar wel dient opgemerkt te worden, dat de plantengeografen

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van dinsdag 1 januari 1924

Orgaan CVNG Geloof en Wetenschap | 92 Pagina's

1924 Orgaan van de Christelijke Vereeniging van Natuur- en Geneeskundigen in Nederland - pagina 47

Bekijk de hele uitgave van dinsdag 1 januari 1924

Orgaan CVNG Geloof en Wetenschap | 92 Pagina's