Geheugen van de VU cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van Geheugen van de VU te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van Geheugen van de VU.

Bekijk het origineel

1924 Orgaan van de Christelijke Vereeniging van Natuur- en Geneeskundigen in Nederland - pagina 45

Bekijk het origineel

1924 Orgaan van de Christelijke Vereeniging van Natuur- en Geneeskundigen in Nederland - pagina 45

3 minuten leestijd

37

Om een redelijke verklaring te geven, kwam Depéret, die zelf in de fossiele zoogdieren werkte, met twee wetten, welke hij meende te kunnen afleiden; Ie. de wet der grootte-toename binnen den stamboom, en ten 2e. de wet der specialiseering, en de Belg Dollo stelde den regel op, dat de onwikkeling, welke sprongsgewijze plaats had, begrensd was en niet omkeerbaar was. De beide wetten van Depéret zijn in den grond niet verschillend. De dieren en planten worden ten gevolge van den strijd om het bestaan, toegerust met een enorme lichaamsgrootte of ze krijgen bepaalde organen of orgaangroepen, die zich specialiseeren, b.v, om het noodige voedsel beter te kunnen bemachtigen of om als krachtige afweermiddelen te dienen. Voorbeelden van toeneming in grootte worden veel opgegeven. (Pachydiscus onder de Ammonieten; Megalodon onder de Mollusca; Clypeaster onder de Zeeëgels; Carcharodon onder de Visschen; Stegocephalen onder de Amphibiën en vele andere), En de meest bekende specialisaties zijn de pooten der één- en tweehoevigen; de hoektanden van den Sabeltijger, welke zoo groot werden, dat het dier er last van kreeg; het gewei van het Reuzenhert, dat zoo groot werd, dat het dier het niet meer zonder nadeel dragen kon, Depéret merkte, dat van de dieren met zulke bepaalde specialisaties er vele waren uitgestorven en hij zocht verband tusschen beide. De Amerikaan Cope kwam tot ongeveer dezelfde voorstelling, maar drukte zich anders uit: ,,alleen zulke dieren kunnen zich verder ontwikkelen, welke nog geen eenzijdige specialisaties hadden. Evenals een Alpenjager bij het vervolgen van de gems al hooger en hooger klimt en ten slotte geraakt in een omgeving, waar zijn leven bedreigd wordt, zoo gaat het ook het gespecialiseerde dier. Het klimt al hooger en kan ten slotte niet meer terug. Een verandering in 't klimaat; in 't voedsel; beperking van woongebied; uitdrogen van plassen; transgressies enz., zij beïnvloeden zoo'n gespecialiseerd dier, maar het mist de kracht zich aan te passen en het moet sterven. Natuurlijk moest Depéret met Dollo er van uitgaan, dat de aanpassingskracht van het organisme beperkt is. Rosa kwam tot de voorstelling, dat de specialisaties gepaard zouden gaan met een progresief gereduceerde variabiliteit. En vooral het laatste zou dan het uitsterven beïnvloeden. Wij willen trachten na te gaan, wat omtrent deze kwesties bij planten te vinden is. Er zijn ongetwijfeld groote vormen. Op de reusachtige Equisetaceeën b.v. de Calamariaceeën uit het Carboon, wezen wc reeds. Van de 24 soorten der recente Paardestaarten is Equi-

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van dinsdag 1 januari 1924

Orgaan CVNG Geloof en Wetenschap | 92 Pagina's

1924 Orgaan van de Christelijke Vereeniging van Natuur- en Geneeskundigen in Nederland - pagina 45

Bekijk de hele uitgave van dinsdag 1 januari 1924

Orgaan CVNG Geloof en Wetenschap | 92 Pagina's