Vu cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van Vu te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van Vu.

Bekijk het origineel

1926 Orgaan van de Christelijke Vereeniging van Natuur- en Geneeskundigen in Nederland - pagina 20

Bekijk het origineel

PDF Bekijken
+ Meer informatie
Print this document

1926 Orgaan van de Christelijke Vereeniging van Natuur- en Geneeskundigen in Nederland - pagina 20

2 minuten leestijd

12 Het kan ons niet geruststellen — zegt More —, dat Prof. Bateson ons aan het einde van zijn rede verzekert, dal hij vol goeden moed is, omdat het raadsel ,,to morrow" wel zal worden opgelost. Wij kunnen niet vergeten, dat na zestig jaren ijverig zoeken om het geheim van het ontstaan der soorten en de manier van hun variaties op te lossen. Prof. Bateson moet verklaren, dat met deze oplossing zelfs nog geen begin gemaakt is. Het ,,to morrow" van de biologen kan wel een millioen jaren duren of evenlang als de tijd, die een paard noodig heeft om zijn vier teenen te verliezen. Na deze inleiding komt More tot een critisch onderzoek van het evolutiedogma. Hij stelt de vraag in hoeverre de evolutionisten zich met recht op de Grieksche philosophen beroepen en concludeert dat de deductieve wetten van de Grieken voor de evolutietheorie van weinig beteekenis zijn, daar zij uit de waarnemingen inductieve wetten zal moeten afleiden om zoo de verdere ontwikkeling der soorten te kunnen voorspellen. — Na de ontwikkeling der natuurwetenschappen van de middeleeuwen af te hebben geteekend, komt More tot de vraag, wat voor bewijzen palaeontologie en geologie voor de evolutie kunnen aanvoeren. Want hij is van meening, dat de meeste gronden, die buiten de geologie aangevoerd worden, secundaire argumenten zijn, die slechts een reeds aannemelijke of bewezen theorie kunnen bevestigen. En heeft ook niet Darwin zelf gezegd, dat alleen de palaeontologie zijn evolutieleer van een abstracte hypothese tot een concreet feit kan verheffen. Na een critisch onderzoek van de resultaten der geologie, besluit More; ,,Wij zijn er zeker van, dat de geologie niet in staat is en nooit in staat zal zijn de dikte van een bepaalde aardlaag om te zetten in een equivalente tijdsruimte en dat zij ook niet in staat is en nooit in staat zal zijn om werkelijke gelijktijdigheid van aardlagen in verschillende deelen der aarde vast te stellen" ^]. Scherp critiseert More de ontwikkeling der soorten, zooals men die op grond der palaeontologie heeft opgesteld. En nu weet ik wel, dat de bezwaren, die hij aanvoert, dezelfde zijn, die in Europa en in ons land reeds voor 30 jaren door tegenstanders ')

More, a. w. bladz. 151.

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van vrijdag 1 januari 1926

Orgaan CVNG Geloof en Wetenschap | 212 Pagina's

1926 Orgaan van de Christelijke Vereeniging van Natuur- en Geneeskundigen in Nederland - pagina 20

Bekijk de hele uitgave van vrijdag 1 januari 1926

Orgaan CVNG Geloof en Wetenschap | 212 Pagina's

PDF Bekijken