1929 Orgaan van de Christelijke Vereeniging van Natuur- en Geneeskundigen in Nederland - pagina 43
3^ niet, want ïeitelijk liggen deze ziekten in het lichaa.n zelf besloten; ze zijn reeds in de levenskiem aanwezig; erfelijkheid bepaalt voor een niet gering deel hun ontstaan en ontwikkeling. We hebben hier te doan met een minderwaardigheid, met een degeneratie. We naderen hier het zoo moeilijke gebied van het gestel, van den aanleg, van de diathese. Van elk der bovengenoemde groepen zal ik een voorbeeld geven. Tot de eerste behoort de z.g. bloederziekte : krijgt een z.g. bloeder een wondje, ook al is dit nog zoo klein, dan houdt het bloeden niet op en wordt er niet kunstmatig ingegrepen, komen wij de natuur niet te hulp, dan sterft zoo'n bloeder aan te groot bloedverlies. Het lichaam mist het vermogen om den zieke te helpen. Zwakke zenuwen, 'n te smalle borst, 'n slap spierstelsel, 'n bijziendheid, dit zijn altemaal voorbeelden die tot de tweede groep behooren en ook in zooveel gevallen gevolg zijn van erfelijke factoren. En wat de derde groep betreft, ik denk hier speciaal aan de stoornissen in de stofwisseling, zooals de suikerziekte, de jicht, de vetzucht. Hier hebben we meestal met m2nschen te doen, die in hun jonge jaren niets van een abnormale stofwisseling vertoonden. Maar op ouderen leeftijd gaan bepaalde orgaansystemen, die nu eens met de stofwisseling der eiwitten, dan weer met die van de suikers of anders met die van de vetten in betrekking staan, gebreken vertoonen en deze zijn gewoonlijk erfelijk. Het feit, dat niet op éénmaal het geheele stofwisselingsproces tot in den grond toe gestoord wordt, maar dat dit zich langzamerhand voltrekt, doet ons vermoeden, dat het hier niet om een enkele factor gaat, maar dat 'n geheel complex van factoren niet meer op de juiste wijze in elkaar grijpen. Toch is het ook nu weer merkwaardig, dat steeds dezelfde typische afwijkingen ontstaan, die duidelijk een regelmatigheid en wetmatigheid vertoonen. Zelfs weet het organisme bij de suikerziekte het dreigende gevaar van een mogelijke zuurvergiftiging een tijd lang te neutraliseer2n door de vorming van ammoniak, dat den zuurgraad vermindert. Zoo zien we dus : een voor het organisme ongunstig proces, dat in zijn doelmatigheid verzwakt is en daardoor schadelijk werken kan, voltrekt zich en breidt zich uit. Erfelijke factoren komen op 'n bepaalden tijd van het leven als een stoornis aan den dag en deze stoornis is weer geen gevolg van het verweer van het organisme, zooals wij bij de ziekten in het eerste gedeelte van onze
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van dinsdag 1 januari 1929
Orgaan CVNG Geloof en Wetenschap | 98 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van dinsdag 1 januari 1929
Orgaan CVNG Geloof en Wetenschap | 98 Pagina's