1929 Orgaan van de Christelijke Vereeniging van Natuur- en Geneeskundigen in Nederland - pagina 80
72 maar dat sterke prikkels ze remmen of zelfs opheffen. Men kan begrijpen, dat Bier's beschouwingen onder de natuurwetenschappelijk gevormde medici geen algcmeenen bijval vonden. Zijn toenadering tot de homoeopathie en zijn meer op philosophische dan op causale gronden gebaseerde theorie omtrent de genezingsprocessen, schenen aan velen een achteruitgang, een terugvallen in verouderde begrippen toe. Maar Bier bleef de eenige niet, die een anderen toon deed hooren. Weldra slingerde ook Lieck, een bekwaam chirurg uit Danzig, zijn banbliksems tegen de wetenschappelijke geneeskunde. Zijn „Der flrzt und seine Sendung, Qedanken eines Ketzers" was één aanklacht tegen de heerschende opvatting van de behandeling der zieken. Hij onderscheidde twee typen van geneesheeren: de „Mediziner" en de „/Irzt". De eerste was de man van wetenschap, van het causale denken, die aan het ziekbed slechts physische en chemische processen zag, die opging in laboratorium en techniek, de veelweter, maar die geen oog had voor den geheelen mensch, voor zijn omstandigheden, zijn psyche. De „/\rzt" daarentegen was de begenadigde, de persoonlijkheid, wiens werk juist daar begint, waar de „Mediziner" vastloopt. Aan de „Mediziner" verweet hij hun beperkten gezichtskring, begrensd door mes en technische hulpmiddelen, hun minachting voor het zieleleven en het bovennatuurlijke, hun gebrek aan een wereldbeschouwing, hun grenzelooze overschatting van de zoogenaamde exacte wetenschap, hun neerzien op andersdenkenden. Ook bij Lieck gold Hippocrates voor het ideaal. Dat was de waje , /\rzt" geweest. Kwam hij nog eenmaal op de aarde terug, de zieken zoudan toch naar hem toestroomen, evenals voor 2300 jaar, al kende hij dan geen thermometer, stethoscoop of Röntgenapparaat, Want het beslissende bij den waren geneesheer is tenslotte toch zijn persoonlijkheid, zijn verhouding tot dan zieke, zijn intuïtief doorvoelen van een gestoorde levensharmonie, zijn vermogen om het zieleleven van den patiënt in gunstigen zin te beïnvloeden. Maar het type van den „/Irzt" is teruggedrongen, wordt niet meer naar waarde geschat, is in de schaduw gesteld door den „Mediziner". En Lieck blaast verzamelen om den beoefenaar der geneeskunde zijn oude plaats terug te gt> ven. Zijn zending en roeping is een andere dan een zuiver wetenschappelijke. Priester is hij, want (en dit citaat ontleent Lieck aan Paracelsus) „lm Herzen wachst der ilrzt,
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van dinsdag 1 januari 1929
Orgaan CVNG Geloof en Wetenschap | 98 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van dinsdag 1 januari 1929
Orgaan CVNG Geloof en Wetenschap | 98 Pagina's