1929 Orgaan van de Christelijke Vereeniging van Natuur- en Geneeskundigen in Nederland - pagina 34
26 lichaam opgeheven worden, dan kunnen deze toch na eenigen tijd voor een niet gering deel weer optredsn, vermoedelijk doordat heel fijne zenuwtakjes kunnen invallen voor de zenuwtakken die doorgesneden zijn, op de wijze, zooals we dit ook bij de bloedvaten waarnemen. Voortdurende druk op de huid verwekt eelt en beschudt daardoor de Oiiderliggende weefsels. En nu rijzen de vragen weer! Hoe komt die hypertrophie van de spieren tot stand? Kan men zich indenken, dat een horlogeveer bij toenemenden weerstand niet alleen haar kracht, maar ook haar vorm vergroot? Om bij het hart te blijven : waardoor en hoe weet de hartspier, dat zijn vezels bij vermeerderden weerstand met hypertrophie moeten aiitwoorden, om één voor het geheel nuttig effect te bereiken? Hoe hangen weerstand en hypertrophie samen? Hoe geeft het eerste aan het laatste het aanzijn? Is het louter toeval, dat deze samenhang bestaat? Had het hart niet even goed met een dunner en minder krachtig worden van zijn spierweefsel kunnen reageeren? Dit blijft toch het merkwaardige : een orgaan wordt ziek en nu zien we, dat in sommige omstandigheden andere organen zich aan de stoornis, die dat orgaan geeft, zoodanig wetsn aan te passen, dat het geheel er zoo min mogelijk schade van ondervindt. Wie zulk een streven der natuur als toeval, zonder eenigen zin, als gevolg van toevallig aanwezige vermogens, gegrond op een toevallig ontstane constellatie van scheikundige en natuurkundige krachten, die door de wetten der erfelijkheid in het levende organisme in deze constellatie gecontinueerd worden, wie zulk een streven aldus verklaren wil, lijkt mij de waarschijnlijkheidskans wel tegen zich te hebben. Het aannemen van een ordenende macht, die wetmatig optreedt, maar welke te doorgronden ons niet gegeven is, lijkt mij beter op zijn plaats. Deze vermogens en krachten nu, waarover het lichaam beschikt en die slechts in abnormale omstandigheden voor den dag treden, maar die toch steeds aanwezig zijn, latent, wachtend op hun tijd, deze complexen van verborgsn eigenschappen worden ons vooral duidelijk, als we onze aandacht richten op zijn vermogen om beschadigingen te herstellen, We zuUeri dan tevens zien, hoe weinig het Darwinisme met deze eigenschap weet uit te richten. Ook hier hebben we weer te doen met een samenwerking van allerlei processen, waarvan te voren reeds het einddoel gesteld is, n.l. de herstelling van het geheel. Een been
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van dinsdag 1 januari 1929
Orgaan CVNG Geloof en Wetenschap | 98 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van dinsdag 1 januari 1929
Orgaan CVNG Geloof en Wetenschap | 98 Pagina's