1929 Orgaan van de Christelijke Vereeniging van Natuur- en Geneeskundigen in Nederland - pagina 81
73 aus Gott geht er, des natürlichen Lichts ist er, und der höchste Qrad der flrznei ist die Liebe". Man van wetenschap zal hij zijn en van de wapenen, die deze wetenschap hem in den strijd tegen de ziekten in handen geeft, zal hij erkennen, dat een groot deel nuttig en waardevol is; maar het juiste besef van zijn roeping moet hem ook de oogen er voor openen, dat onder die wapenen ook vele stompe wapenen zijn, die zich minder tegen de ziekte dan tegen de zieken keeren. Zoo gaat ook Lieck weer terug naar Hippocrates, maar in tegenstelling met Bier, die meer om philosophische en v/etenschappelijke oogmerken van koers veranderde, is het bij hem meer de ervaring van de algemeene practijk, di2 hem tot ketter maakte. Maar nog van een derden k^nt werd de moderne geneeskunde aangevallen. Sloten Bier en Lieck zich nog min of meer bij den toenmaligen stand van de wetenschappelijke geneeskunde aan, Aschner daarentegen, een bekend gynaecoloog uit AA/^eenen, die op het gebied van zijn vakstudie zijn sporen wel verdiend had, wilde zich geheel losmaken van de heerschende opvatting en van de solidair- en lokaalpathologie tot de oude humoraalpathologie terugkeeren, maar dan gezuiverd door meer moderne inzichten. Hij komt in verzet tegen de tot het uiterste doorgedreven poging de ziekten te lokaliseeren, waarvan het gevolg is geweest, dat er steeds meer speciaUsatie kwam, de samenhang tusschen de deelen uit het oog werd verloren, de diagnose en het sectieonderzoek hoogtij vierden, maar de therapie, de echte geneeskunst, als bijzaak beschouwd werd. De beteekenis van de percussie en auscultatic der longen werd naar zijn meening te veel overschat, daar het grootste gedeelte der inwendige ziekten in de organen van den buik en in de stofwisseling hun oorsprong zouden hebben Ten onrechte zouden vele orgaanziekten als primair aangezien wordsn, want onzuiver bloed en een verkeerde menging der Hchaamssappen zouden aan elke ziekte vooraf gaan. Daarom verzet Aschner zich tegen een zuiver-lokale behandehng; men moet het zieke bloed en de onzuivere lichaamssappen reinigen en zoo keert hij terug tot de oude indicatie van de aderlating, waaraan hij bovendien een deplethorische, antiphlogistische, sedatieve, spasmolytische en resorbeerende werking toeschrijft. De oude braakmiddelen komen ook weer bij hem in eere en wel als middelen om de lichaamssappen in het zenuwstelsel om te
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van dinsdag 1 januari 1929
Orgaan CVNG Geloof en Wetenschap | 98 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van dinsdag 1 januari 1929
Orgaan CVNG Geloof en Wetenschap | 98 Pagina's