Geheugen van de VU cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van Geheugen van de VU te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van Geheugen van de VU.

Bekijk het origineel

1929 Orgaan van de Christelijke Vereeniging van Natuur- en Geneeskundigen in Nederland - pagina 72

Bekijk het origineel

1929 Orgaan van de Christelijke Vereeniging van Natuur- en Geneeskundigen in Nederland - pagina 72

2 minuten leestijd

64 niet een geen voor bladgrocnvorming te kort heeft, maar een „hemmend" geen bezit, dat de bladgroenvorming onderdrukt. (/\ls bewijs geldt, dat witte planten dikwijls groan beginnen). Werd deze gedachte ven den nuchteren grootmeester maar consequent toegepast op alle mendelfactoren — dan was er geen g e v a a r ! D. We hebben zooeven verband gezocht tusschen evolutieleer en erfelijkheidsleer. Daarover moet meer te zeggen ziin, want deze Jeeren omvatten zeer verwante gebieden. Helaas is dit verband zeer los en niemand durft het eigenliik aan om hier in de diepten te snuffelen Wettstein komt dan ook in een rede over dit onderwerp tot de conclusie dat ze elkaar eerder bestriiden dan steunen momenteel. ÏVlgn zou van alle genen willen weten den tijd van hun ontstaan dus de volgorde van verwerving etc; want als de organismen vooruitgaan door mutatie's (en progressieve mutatie's ontstaan immers door nieuwe genen volg[ens de theorie), dan moeten we ons de plant kunnen denken zonder die genen op een meer primitieven trap Probeer echter eens een plant bijv. /Inthirrhinum te laten leven in den o"den tijd, zonder genen voor bladgroen zonder de dominante tegenvoeters der letale factoren zonder het geen Gli etc ! En denk eens aan de moeilijkheid om een Drosonhila-oog te laten ontstaan uit een comnjex van meer of minder der vele genen voor dat orgaan ! Nu zwijg ik nog over de bezwaren, die Bergson in het algemeen uit tegen een opbouw uit losse, onafhankelijk verworven eenheidjes van zoo'n orgaan. Zoodra men zoo doordsnkt komt twijfel aan evolutieleer ;->f aan genenleer of desnoods aan beide, en laat men allereerst de genen-structuur van het leven maar los voor een biologisch juistere, hoewel practisch minder gemakkelijke opvatting. Misschien zullen enkelen vragen of de beschrijving van de optimistische uitingen der chromosomen-aanbidders nfet overdreven is. Ik geloof dit niet gedaan te hebben. Zooals ik ze beschreef wordt de leer algemeen geloofd Natuurlijk in de eerste plaats door schrijvers van z g.n. populaire boeken en schoolboeken, die nu oqk eens exacte biologie kunnen vertoonen, maar toch ook door het overgroote deel der werkelijk actief dienende genetici en cytologen, al is het. dat de beste altijd meer nuchter blij"en. Zoo treft in het bekende boekje van Morgan c.s

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van dinsdag 1 januari 1929

Orgaan CVNG Geloof en Wetenschap | 98 Pagina's

1929 Orgaan van de Christelijke Vereeniging van Natuur- en Geneeskundigen in Nederland - pagina 72

Bekijk de hele uitgave van dinsdag 1 januari 1929

Orgaan CVNG Geloof en Wetenschap | 98 Pagina's