1929 Orgaan van de Christelijke Vereeniging van Natuur- en Geneeskundigen in Nederland - pagina 94
86 gaan wij dan het leven in : eigen schuld en zonden worden openbaar, maar ook die van de wereld om ons heen. En zoo moeten wij worstelen met den geest van den tijd, die in kunst, pers, staatkunde, maatschappij, opvoeding, huisgezin, huwelijk en wetenschap tot openbaring komt; aanvaarden wat daarin goed is en verwerpen wat daaraan niet is naar Qods gebod, gedachtig aan het „Wie God verlaat heeft smart op smart te vreezen" en „De vreeze des Heeren is het beginsel der Wijsheid". Voor wie zich zoo geregeld stelt onder de tucht van Gods Woord en geen moeite te veel acht om tot geestelijken wasdom te komen, voor hem wordt de geneeskunde geen vloek, maar een bron van levensverrijking en levensvreugde, zooals misschien geen enkel ander beroep geven kan. Onze taak is zwaar; maar de dankbare bhk van den stervende of van den herstelde en het blij vooruitzicht eenmaal uit den mond van onzen grooten Hoogepriester te mogen hooren : „Wel gij goede en getrouwe dienstknecht, over weinig zijt gij ^getrouw geweest, over veel zal ik U zetten ; ga in in de vreugde uws Heeren" geven aan ons bestaan een glans, die onzen aardschen last aanmerkelijk verlichten kan. En nu keer ik weer even terug tot het vraagstuk, dat ik gesteld heb. We zagen, dat de geneeskundige wetenschap niet in staat is aan al de behoeften van de geneeskundige practijk te voldoen, dat er een onoverbrugbare kloof tusschen beiden zal blijven bestaan. Hier is de geneesheer aan zich zelf overgelaten en sledhts door de ontwikkeling van zijn eigen persoonlijkheid kan hij zich redden. De universiteit leert hem dit niet; hij moet zijn eigen weg zoeken en gemakkelijk is dit niet. Velen falen daarin of geven den moed misschien te spoedig op; maar wie volhardt zal daarin ook een groot loon vinden, want juist daardoor maakt hij zich vrij van de eenzijdig wetenschappelijke denkrichting. In plaats van slaaf der wetenschap te zijn, wordt hij de heerscher daarover, die haar gebruikt daar waar 't hem naar eer en geweten goeddunkt. Hoe sterker de persoonlijkheid, des te beter zal hij de waarde der wetenschap en de eischen van de algemeene practijk tegenover elkaar kunnen afwegen. Maar daarvoor zijn dan noodig een uitgebreide wetenschappelijke kennis, een juist invoelen in den geestelijken en lichamehjken toestand van den patiënt en een hart vol liefde. Maar ook hier geldt het dat de meeste van deze de liefde is.
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van dinsdag 1 januari 1929
Orgaan CVNG Geloof en Wetenschap | 98 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van dinsdag 1 januari 1929
Orgaan CVNG Geloof en Wetenschap | 98 Pagina's