Geheugen van de VU cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van Geheugen van de VU te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van Geheugen van de VU.

Bekijk het origineel

1930 Orgaan van de Christelijke Vereeniging van Natuur- en Geneeskundigen in Nederland - pagina 21

Bekijk het origineel

1930 Orgaan van de Christelijke Vereeniging van Natuur- en Geneeskundigen in Nederland - pagina 21

2 minuten leestijd

15 De vorm van den Qully-gletscher, en die der arctische gletschers in 't algemeen, vertoont een duidelijk verschil met dien der alpine gletschers. De laatste hebben in de hoogte hun voedingsgebied, waar steeds nieuwe accumulatie van sneeuw en ijs plaats vindt. Naarmate zij neerdalen langs de helling, neemt de afsmelting toe. Hun lengtedoorsnede zal dus de vorm hebben van een wig, met de smalste zijde van onderen. Anders is 't met de arctische gletschers. Ook hierbij heeft van boven steeds aanvoer van ijs plaats, maar de afsmelting is ten eerste : gering door de lage luchttemperatuur en de geringe zonshoogte, en ten tweede: aan de bovenzijde sterker dan beneden, omdat de zonbestraling daar intensiever wer'kt door de ijlere en drogere lucht. Vandaar, dat in de poolstreken de gletschers een gelijkmatige dikte hebben en hun lengte-doorsnede de vorm van een parallelogram heeft. Waarschijnlijk eindigen zij daardoor ook alle in een steil uit het water oprijzend ijsklif — een vorm, die alleen op arctische breedten voorkomt. Ook in dit landschap van sneeuw en ijs, woest-verbrokkeld gesteente en morcene-puin ontbraken organismen niet Kleine alken en zeekoeten zwommen en doken in het blauwe water der baai; zwermen dezer vogels spoedden zich snelvliegend door de atmosfeer, die van boven door een zware nevelbank, die de toppen der bergen verhulde, als afgesloten scheen. Tusschen de groote, grijze keien der zijmoreene van den Qully-gletscher bloeiden kleine DoUen van Saxifrage groenlandica en andere steenbreken. Verderop was een Luzula in overvloed te vinden, met een weelderige flora van blad- en korstmossen Maar op de sneeuwvlakken, die de bergflanken bekleedden, vertoonde zich in de gansche omgeving een donkerrose gloed, veroorzaakt door milliarden microscopische, kogelvormige wiertjes (Chlamydomonas nivalis). De kleur van deze „roode sneeuw" vormde met de blauwe, paarse en violette tinten van water, ijs en gesteente in de woeste eenzaamheid onder het dreigend wolkendek een harmonieus geheel, dat een diepen indruk maakte. Wie gelegenheid heeft met de flora van Noorwegen en Spitsbergen kennis te maken, vindt naast bekende soorten, ook talrijke, die in ons vaderland niet, of uitsluitend op enkele plaatsen voorkomen. Over de laatste groep zou ik gaarne iets willen zeggen. Het betreft speciaal de planten, die men tot voor kort aanzag voor glaciaal-relicten, dat zijn planten, die afstammelingen zijn van voorvaderen, die

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van woensdag 1 januari 1930

Orgaan CVNG Geloof en Wetenschap | 95 Pagina's

1930 Orgaan van de Christelijke Vereeniging van Natuur- en Geneeskundigen in Nederland - pagina 21

Bekijk de hele uitgave van woensdag 1 januari 1930

Orgaan CVNG Geloof en Wetenschap | 95 Pagina's