1930 Orgaan van de Christelijke Vereeniging van Natuur- en Geneeskundigen in Nederland - pagina 17
11 fossielen kan men er, beter dan in eenig ander Poolland, een goeden indruk ontvangen van de vorming der arctische gebieden en van de sterke klimaatwisselingen, waaraan zij' blootgesteld zijn geweest. Door het betrekkelijk gunstig klimaat zijn recente vormingen goed te bestudeeren. Reeds het westelijk deel, waartoe ik mij uitsluitend zal moeten bepalen, vertoont scherpe tegenstellingen. Geheel in 't westen treden oude formaties op : in 't noorden, in de omgeving der Magdalenabaai oergesteente als gneisen, granieten en oerkalk. De overige westkust wordt gevormd door bergen, die gerekend worden tot het Hekla-Hoeksysteem, en die sterk geplooid en glaciaal geërodeerd zijn. Tot dezelfde formatie behoort in hoofdzaak het Prins KarelVoorland, het lange, smalle eiland ten westen van Spitsbergen. Het Hekla-Hoek-systeem rekent men op Spitsbergen tot het Siluur, op grond van analogie met het Bereneiland, waar men in deze lagen duidelijke fossielen vond, wat tot heden op Spitsbergen nog niet gelukt is. Met zijn hooge, spitse toppen en scherpe kammen vertoont het een geheel ander landschapsbeeld dan het gebergte meer in het binnenland. Dit toch bestaat uit vlakke tafelgebergten van zachte vormen, is meestal horizontaal gelaagd en behoort tot jongere geologische formaties, waarin het tertiair, naar de oppervlakte gerekend, de hoofdrol speelt. Zóó ziet men b.v. het gebergte aan de Oostzijde der Groene Havan (Green Harbour): een punt, dat men als Nederlander gaarne en met veel belangstelling bezoekt. Immers daar heeft Hollandsche ondernemingsgeest getracht de tertiaiie kolenschatten te ontginnen, helaas niet met blijvend succes — want daar lag de kolonie Barentsburg, thans verlaten, en eigendom van de „Nederlandsche Spitsbergen Compagnie". Aan de Oostzijde der Groene Haven rijst, zacht hellend achter een strandvlakte, het bruin-getinte en sterk verweerde tertiaire gebergte op, met duidelijke horizontale gelaagdheid. Kan den rand van het plateau, dat er de bovenzijde van vormt, treft men een serie merkwaardige nissen aan, die zich van boven naar beneden versmallen, en waartusschen bastionvormige uitsteeksels zich als kanteelen verheffen. De voet der gleuven gaat over in een mooie puinkegel, zoodat het geheel een typisch verweeringsverschijnsel is, o.a. door Philipp ook in carbonische lagen opgemerkt. Daar zich in den winter in deze gleuven sneeuw verzamelt, die, als in de karen van het hooggebergte, neiging heeft tot erosieve werking op het vlak, waartegen zij aan ligt, worden deze gleuven steeds dieper en breeder.
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van woensdag 1 januari 1930
Orgaan CVNG Geloof en Wetenschap | 95 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van woensdag 1 januari 1930
Orgaan CVNG Geloof en Wetenschap | 95 Pagina's