Geheugen van de VU cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van Geheugen van de VU te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van Geheugen van de VU.

Bekijk het origineel

1930 Orgaan van de Christelijke Vereeniging van Natuur- en Geneeskundigen in Nederland - pagina 11

Bekijk het origineel

1930 Orgaan van de Christelijke Vereeniging van Natuur- en Geneeskundigen in Nederland - pagina 11

2 minuten leestijd

3 lengte de snelstroomende Lutschine zich een bed heeft geslepen, is in het midden een vrij vlak, langgerekt landschap, aan beide zijden begrensd door het steil oploopend gebergte, dat ter eene zijde van boven (op enkele honderden meters hoogte) is afgevlakt tot het terras, waarop Mürren ligt, aan de andere zijde tot het terras van Wengen. Watervallen storten zich vanaf beide hoogvlakten in het dal neer : o.a. de bekende Staubbach en de Trümmelbachvallen. Onder de Staubbach ligt een mooie puinkegel, gevormd door het gesteentepuin, dat door de beek werd losgewerkt en meegevoerd. In het dal, meest niet ver van den stellen bergwand, liggen talrijke groote en kleine rotsblokken : de restanten van steenvallen en kleine bergstortingen, die plaats hadden toen de gletscher, welke eenmaal het dal vulde, zich had teruggetrokken. Mooier en vollediger nog zijn deze verschijnselen te zien in het Oeschinental bij Kandersteg. Lauterbrunnen- en Oeschinental zijn typische trogdalen, door gletschers gevormd, waarschijnlijk in het diluvium. Hun dwarse doorsnede is U-vormig, doordat een gletscher zich hier een vore uitsleep in den vorm die typisch voor al dergelijke dalen is. De watervallen worden gevormd door beken, die stroomen door zijdalen, loodrecht op het hoofddal, en liggend op groote hoogte, de z.g.n. hangende of zwevende zijdalen. Denk U nu het Lauterbrunnen- of Oeschinental tot enkele tientallen meters hoogte met water gevuld, en Ge hebt een landschapsbeeld, dat sprekend op dat der fjorden gelijkt. Steile zijwanden, de boventakken uitmakend van den Uvorm — watervallen, neerstortend uit zwevende zijdalen — hoogvlakten links en rechts, volkomen met eikaar-overeenkomende dal-afsluitingen : in al deze feiten stemmen alpine trogdalen en fjorden zoo sterk overeen, dal men mag achten, dat zij een gelijksoortige, in dit geval glaciale, modelleering hebben ondergaan. Er is een scherpe tegenstelling tusschen de U beschreven fjord-insnijdingen en de uitgestrekte, met sneeuw en gletscher-ijs bedekte hoogvlakten, die door hen gescheiden worden en fjelde heeten. Het Dovrefjeld is het meest-bezochte; andere zijn Hardanger- en Langefjeld. Over deze plateau's liggen de groote firnkappen, van waaruit naar alle zijden gletschertongen de lagere plaatsen bereiken en naar beneden vloeien. De verhouding tusschen firnveld en gletschertong is hier juist omgekeerd als in de /llpen. Wordt in de •fulpen één gletschertong door één of meer firnbekkens ge-

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van woensdag 1 januari 1930

Orgaan CVNG Geloof en Wetenschap | 95 Pagina's

1930 Orgaan van de Christelijke Vereeniging van Natuur- en Geneeskundigen in Nederland - pagina 11

Bekijk de hele uitgave van woensdag 1 januari 1930

Orgaan CVNG Geloof en Wetenschap | 95 Pagina's