1930 Orgaan van de Christelijke Vereeniging van Natuur- en Geneeskundigen in Nederland - pagina 85
79 zijn, dat men in menig opzicht tot het oude zal moeten terugkeeren. Want het leven in den mensch is van denzelfden aard nu als in de eeuwen die vergingen. In het bijzonder worde thans de aandacht gevestigd op een medische philosophie, die reeds meer dan een eeuw oud is, doch hare beteekenis geenszins heeft verloren. Men vindt haar in het „Organon der Heilkunst'' van Dr. Samuell Hahnemann, dat in 1810 het hcht zag, en in de werken, die daarop gebaseerd zijn. De 6e uitgave van het Organon, die nog in 1842 door Hahnemann zelf werd afgesloten, zag in 1921 in zeer goede verzorging het licht bij Schwabe in Leipzig. Commentaar op dit Organon en tevens een verrijking daarvan vormen de „Lectures on homoeopathic Philosophy" van Dr. J. T. Kent, in 1919 in 2e editie verschenen bij Ehrhart en Karl in Chicago. Over hetzelfde onderwerp handelt, doch in gemakkelijker vorm: „the Genius of Homoeopathv" door Dr. S. Close (Boericke en Tafel, Philadelphia, 1924). Een menigte boeken en geschriften op dit gebied zijn in den loop der tiiden verschenen, waarvan het bestaan aan de geneeskundigen vrijwel geheel onbekend is. Toch kan de kennisname van deze lectuur voor den medicus een openbaring zijn. Weliswaar wijken de voorstellingen, die er in gegeven worden, dikwerf sterk af van die waarmede we bij onze gebruikelijke medische studiën zijn vertrouwd geraakt, en onze critische zin wordt op een zware proef gesteld. Maar deze ziekteleer en deze leer aangaande de genezing van zieken bevat elementen, die bestemd schijnen te zijn de eeuwen te trotseeren. Inzonderheid in onzen tijd, nu het immaterieele zijn aanspraken op erkenning kan laten gelden, worden deze opvattingen weer zeer modern. Zoowel bij Hahnemann als bij Kent vinden we duidelijk deze dualistische wereldbeschouwing, dat er is een wereld van geest, van oorzaken, van levende krachten, in de zichtbare wereld van gevolgen, van doode krachten en van stof. De dynamische ziekte-theorie van Hahnemann is deze, dat ziekte primair een dynamische (functioneele) stoornis is in het levensbeginsel in den mensch. De ziekte wordt niet gekarakteriseerd door de eventueele weefselveranderingen, want deze zijn gevolg, waaraan iets voorafgaat. Ook moeten niet allereerst de gevolgen van ziekte bestreden, maar de zieke moet van de ziekte zelf genezen worden. Men verlieze hierbij niet uit het oog, dat ziekte-zelf niet waarneembaar is, evenmin als het leven, of de ziel, of
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van woensdag 1 januari 1930
Orgaan CVNG Geloof en Wetenschap | 95 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van woensdag 1 januari 1930
Orgaan CVNG Geloof en Wetenschap | 95 Pagina's