1930 Orgaan van de Christelijke Vereeniging van Natuur- en Geneeskundigen in Nederland - pagina 9
a sneden door de fjorden. Zij zijn het, die met de + 150.000 voor de kust liggende rotsige eilanden (skeeren) een typisch Noorsch landschapskarakter vormen, en een enorme kustontwikkeling veroorzaken. De Noorsche kust tusschen 61 en 62 N. B. heeft, fjorden en skeeren tezamen gemeten, een totale lengte van 5421 K.M., terwijl de kustlengte in rechte lijn bedraagt 134 K.M., alzoo een verhouding van 40, 5 : 1. Merkwaardig is, dat de verschillende fjorden onderling een groot vormverschil vertoonen. De 187 K.M. lange Sognefjord, die tot haar verste zuidelijke einde, de Naerofjord, door groote oceaanstoomers kan worden bevaren, is een hoofdfjord met vele zijfjorden, en maakt op de kaart en in de werkelijkheid den indruk van een geweldig dwarsdal. In het achterland van Halesund daarentegen vindt men een geheel fjordsysteem, terwijl de Drontheimfjord hier smal, daar breed is, en de lengte-assen der afzonderlijke gedeelten onder allerlei hoeken op elkander staan. De genoemde Sognefjord heeft, vanaf h a a r aanvang, een bodem, die langzaam af helt tot een diepte van 1242 M, om daarna weder op te loopen tot een z.g.n. drempel, die op een diepte van slechts 158 M. ligt. Deze drempel maakt dus een scheiding tusschen het westelijk van hem zich bevindende oceaanwater en het diepere fjordwater ten oosten — welke scheiding van belangrijke hydrografische en biologische waarde is. Drempels komen volgens Davis ook vaak voor, waar zijfjorden in hoofdfjorden uitmonden, o.a. bij Sogne- en Hardangerfjord. De vorm der diverse fjorden hangt samen met, en is afhankelijk van het gesteente, dat zij doorsnijden. Dat de talrijke fjorden het indrukwekkende van het Noorsche landschap verhoogen, mag als bekend worden verondersteld, evenzoo dat met deze aesthetische beteekenis een groot economisch belang gepaard gaat. Immers de fjorden zijn de veiHge, uitstekend te bevaren waterstraten, die het anders moeilijk-toegankelijke binnenland in directe verbinding brengen met de zee, en daardoor ook de verschillende landstreken met elkander. De oevers der fjorden zijn belangrijke bevolkingscentra, voorzoover zij althans ter bewoning niet ongeschikt zijn, wat zeer vaak het geval is. flls regel toch rijzen de bergmuren aan beide oevers steil omhoog, honderden meters, tot 1500 M. soms, dreigend en somber, zonder directe zonbestraling. Maar als zilveren sluiers storten van de onherbergzame flanken de watervallen, in het late voorjaar met veel, zomers met minder water. Deze watervallen maken een integreerend deel van
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van woensdag 1 januari 1930
Orgaan CVNG Geloof en Wetenschap | 95 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van woensdag 1 januari 1930
Orgaan CVNG Geloof en Wetenschap | 95 Pagina's