Geheugen van de VU cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van Geheugen van de VU te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van Geheugen van de VU.

Bekijk het origineel

1930 Orgaan van de Christelijke Vereeniging van Natuur- en Geneeskundigen in Nederland - pagina 22

Bekijk het origineel

1930 Orgaan van de Christelijke Vereeniging van Natuur- en Geneeskundigen in Nederland - pagina 22

2 minuten leestijd

16 hier in den ijstijd inheemsch waren, en na het terugtrekken van het Noordsche landijs zijn achtergebleven. Men heeft zelfs hun aanwezigheid in ons land wel opgevat als bewijs van het feit, dat het Noorden van Nederland eenmaal vergletscherd is geweest. In Noorwegen, en soms ook in de Alpen, komen zij thans nog vrij veel voor. Zoo vindt men bij Bergen, Molde, Hammerfest en andere plaatsen menigvuldig Cornus suécica L. (fam. Cornaceae) — die in ons land slechts voorkomt bij Vries (Dr.) en Vlachtwedde (Gr.). De Zevenster (Triëntalis europaea L), bij ons zeldzaam en alleen voorkomend in bosschen op 't diluvium in de noordelijke provinciën, benevens op VHeland, en bij Oosterend en Midsland op Terschelling, groeit b.v. achter Hammerfest bij honderden exemplaren. Empetrum nigrum L. (kraai- of besheide), en Pinguicula vulgaris (Vetblad), hier zoo goed als alleen op glaciaal diluvium, of in de directe nabijheid daarvan voorkomend, vindt men in Scandinavië vrij algemesn, Pinguicula b.v. zeer veel in een veenmoeras achter Hammerfest, een botanisch Eldorado met Triëntalis, Eriophorum Scheuchzeri, Viola palustris, Cornus suecica, Pirola rotundifolia L.. en — in de nabijheid Linnaea borealis L. (Linnaeusklokje), het juweel der werkelijke of vermeende „glaciaalrelicten". In schitterende exemplaren vond ik dit prachtheestertje, te midden van Empetrum- en Cornus suecica — vegetatie tusschen verspreide berken achter het dorp Lyngseidet aan de Lyngenfjord. In Nederland komt het slechts op een drietal plaatsen voor, weder alle drie in de directe nabijheid van Noordelijk dilivium, n.l. bij Appelscha (aldaar in 1920 ontdekt door H. Heidinga) en op 2 vindplaatsen bij Hoogeveen (vondsten van Dr. W. Beijerinck te Wijster (Dr.). Merkwaardig is, dat bloeiende exemplaren eerst in 1929 zijn waargenomen, zoowel te Appelscha als bij Hoogeveen, en dat van beide vindplaatsen wordt bericht, dat de bloei vrij rijkehjk was. Het lijkt mij niet onmogelijk, dat de droge, koude, heldere winter, gevolgd door een drogen zomer met veel zonneschijn, hiertoe de onmisbare voorwaarden heeft vervuld. Van de vindplaats te Appelscha staat vast, dat Linnaea er zich uitbreidt. Veronderstelde Sipkes in 1921 dat „Linnaea borealis zich bij Appelscha wel op de grenzen van zijn bestaansmogelijkheid bevindt", in „Natura" van 15 Sept. 1929 leest men de mededeeling van Van Ernst, dat aldaar het Linnaeusklokje heeft gebloeid, en wel het rijkst (met 300 bloemstengels) op een nieuw ontdekte plek vlak bij de eerst bekende. De beide vindplaatsen bij Hoogeveen zijn te

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van woensdag 1 januari 1930

Orgaan CVNG Geloof en Wetenschap | 95 Pagina's

1930 Orgaan van de Christelijke Vereeniging van Natuur- en Geneeskundigen in Nederland - pagina 22

Bekijk de hele uitgave van woensdag 1 januari 1930

Orgaan CVNG Geloof en Wetenschap | 95 Pagina's