1930 Orgaan van de Christelijke Vereeniging van Natuur- en Geneeskundigen in Nederland - pagina 18
12 Ran den voet van het gebergte treft men dan ook overal groote, breede puinhellingen aan. Bij het Radio-station in de nabijheid van Barentsburg waren deze in Juli van dit jaar (en dit zal in die maand wel altijd zoo zijn) zeer drassig door het water, dat door de smelting van de sneeuw op het plateau en van het hoogere deel der helling ontstaan, zijn weg naar beneden zocht. Eigenlijke beekjes komen zelden voor. Waar, betrekkelijk dicht bij de zee, dit landschap vrij vlak was en het karakter eener toendra vertoonde, had zich een rijke flora ontwikkeld. Bij honderden bloeiden er de mooie boterbloemen (Ranunculus sulphureus var. altaicus) met de beklierde, bruine kelkbladeren; de Rosacee Dryas octopetala; de geelbloemige Draba alpina en Potentilla emarginata. De zuringachtige Oxyria digyna, met haar mooie bloedroode bloeiwijze, typeerde mede het landschap; pleksgewijs stonden rood- en geelbloemige Saxifraga's en de kleine, fijne Liliacee Tophieldia borealis, met gele bloemhoofdjes en in twee tegenoverstaande rijen geplaatste smalle, grasachtige blaadjes. In de moskussens groeiden enkele Salix-soorten, waaronder de enkele c.M.'s groote Salix polaris (poolwilg). Hoog op de berghelling prijkten met talrijke geelwitte bloemen en groene bloemknoppen de mooie exemplaren van Papaver nudicaule L. Verspreid waren nog te vinden Cerastium alpinum, Pedicularis hirsuta. Ranunculus pygmaeus en andere planten. Enkele sneeuwgorzen, die ik op een kleine berghelling bij hun broedplaats verraste, o.a. een moedervogel met jong, vertoonden de zeer-geringe schuwheid, waardoor de Spitsbergensche vogels in 't algemeen bekend zijn. Bij het dwalen door een landschap als het beschrevene denkt men onwillekeurig aan twee factoren, die op de vorming er van een grooten invloed hebben gehad, en dien invloed blijven uitoefenen : de vorst, die het gesteente vergruist; en de solifluctie : het door den invloed der zwaartekracht langzaam naar beneden glijden van den bodem op hellingen. B. Högbom wijst er op, dat èn in het hooggebergte en in landen als Spitsbergen de vorst het belangrijkste agens bij de verweering is. In het laatstgenoemde land staat deze verweering slechts gedurende de 4 wintermaanden stil, maar werkt in den zomer daarentegen krachtig. Door de zon wordt het gesteente spoedig verwarmd, maar nauwelijks komt het weer in de schaduw, of sterke afkoeling treedt op, het water in de talrijke spleetjes bevriest en zet
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van woensdag 1 januari 1930
Orgaan CVNG Geloof en Wetenschap | 95 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van woensdag 1 januari 1930
Orgaan CVNG Geloof en Wetenschap | 95 Pagina's