1930 Orgaan van de Christelijke Vereeniging van Natuur- en Geneeskundigen in Nederland - pagina 48
42 lijke reacties ten gevolge hebben, b.v. dat angst en toorn het hart sneller doen kloppen, het bloed naar het hoofd doen stijgen, enz. Echter berust, wat wij hieromtrent weten, voornamelijk op empirie. Het is zeer waarschijnlijk, dat onder den invloed van psychische factoren ook in het chemisme van weefsels en vochten veranderingen plaats vinden. Wanneer deze invloeden slechts lang en intensief genoeg werken, is een verandering der constitutie zeer aannemelijk. Dat voorts een goede psychische behandeling voor tal van lichamelijke afwijkingen van groote beteekenis moet worden geacht, is ieder ervaren arts voldoende bekend, al berust ook hier de overtuiging op zuiver empirische gegevens, waar de wisselwerking tusschen geest en lichaam zich nog aan exact experimenteel onderzoek ten oenenmale onttrekt. Volledigheidshalve dient vermeld, dat in den nieuweren tijd door Kretschmer in zijn „Körperbau und Character" een biologische affiniteit wordt aangenomen tusschen bepaalde typen van lichaamsbouw en bepaalde psychosen. Nadat wij enkele constitutioneele factoren in de pathologie hebben nagegaan, komt nu de moeilijke vraag, wat men moet verstaan onder het begrip : normale constitutie. Het begrip norm is bij verschillende onderzoekers niet hetzelfde. Meestal wordt er onder verstaan de doorsneewaarde, die bij onderzoek van een bepaald aantal individuen als wiskunstig gemiddelde wordt gevonden. Zoo karakteriseert Brugsch als resultaat zijner vergelijkendanthropometrische metingen het normale type als het individu van een lengte van 1.70 M. en een lichaamsgewicht van 65 K.G. Grote heeft een ander normbegrip : hij merkt op, dat de doorsneemensch niet bestaat, evenmin als de ideale mensch en stelt daarom als criterium de persoonlijke normaliteit; hij voert in de benaming responsiviteit en verstaat daaronder de congruentie van bij een bepaald individu aanwezige en voor dit individu noodzakelijke physiologische functie. Ieder mensch wordt de maatstaf voor zijn eigen norm, deze behoeft niet buiten den persoon te worden gezocht. Toch is, naar Borchardt opmerkt in zijn Klinische Constitutionslehre, voor behandeling van constitutievragen het mathematisch-statistisch normbegrip niet te ontgaan. Het komt er niet op aan, of de doorsnee-mensch in werkelijkheid bestaat, maar op het vaststellen van een constitutioneelen factor in zijn betrekking tot de gemiddelde waarde. Voor
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van woensdag 1 januari 1930
Orgaan CVNG Geloof en Wetenschap | 95 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van woensdag 1 januari 1930
Orgaan CVNG Geloof en Wetenschap | 95 Pagina's