1930 Orgaan van de Christelijke Vereeniging van Natuur- en Geneeskundigen in Nederland - pagina 15
9 dengroep, minder bewoonbaar zijn. Ook op Spitsbergen komen èn strandlijnen èn strandterrassen voor. Evenzoo in de Noorsche fjorden. Het feit, dat strandlijnen en -terrassen op groote hoogte boven den tegenwoordigen zeespiegel voorkomen, en vaak in serie boven elkaar, wijst er op, dat de hoogteverhouding tusschen land en zee is gewijzigd, en w e l : herhaaldelijk. Elke strandlijn, elk terras wijst op een tijdelijke stilstand in de wijziging dezer verhouding: immers voor de vorming van beide is tijd, lange tijd noodig. Wat was de oorzaak van het feit, dat strandterrassen, eenmaal gevormd even onder zee-niveau, thans op 10—20, ja 40 M. daarboven liggen, de strandlijnen zelfs nog veel hooger? Penck meende te moeten aannemen, dat de zeespiegel sedert het diluvium is gedaald. Tegenwoordig is men van andere meening. Het is uit de onderzoekingen van Hansen, Rekstad, De Geer e.a. gebleken, dat de meergenoemde na-diluviale strandformaties zich, over geheel Scandinavië gerekend, niet bevinden op gelijke hoogte boven den zeespiegel, maar op hoogten, die zeer verschillend zijn, zelfs in dicht bij elkander gelegen streken. Bovendien, dat deze hoogten in 't algemeen van de kust naar het binnenland toenemen, om ± in het centrum van Scandinavië hun maximum (250—300 M.) te bereiken. De lijnen van gelijke, postglaciale landopheffing, de isobasen, loopen, zeer in 't algemeen gesproken, ongeveer in den vorm van smalle ellipsen, wier lange assen Scandinavië ongeveer in 't midden in de lengte doorsnijden. Een groot deel van de Noorsche westkust valt onder de isobase van 60 M. Hieruit volgt, dat Scandinavië sedert het diluvium niet alleen gerezen, maar ook verbogen is, en dat deze verbuiging plaats gehad heeft, en nog plaats vindt, onafhankelijk van het Europeesche continent, waarvan het door een breukzone gescheiden schijnt te zijn. De overgang van Noorwegen naar Spitsbergen is een natuurlijke : immers beide landen zijn door een onderzeeschen rug, waarvan het Beren-eiland zich als een eenzame top boven de Ijszee verheft, verbonden. Terwijl de diepte dezer zee tusschen Scandinavië en Spitsbergen nergens grooter is dan 500 M., in den regel zelfs daar beneden blijft, daalt ten westen van dit onderzeesche platform de zeebodem snel tot 3000 M. diepte. Naar het oosten, in de richting van Nova-Zembla en Frans Jozelfsland, is, een dergelijke snelle toeneming van diepte niet aanwezig. Ten noorden van Spitsbergen daarentegen wel. Het verdient opmerking, dat de zeebodem tusschen de beide landen die onze
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van woensdag 1 januari 1930
Orgaan CVNG Geloof en Wetenschap | 95 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van woensdag 1 januari 1930
Orgaan CVNG Geloof en Wetenschap | 95 Pagina's