1931 Orgaan van de Christelijke Vereeniging van Natuur- en Geneeskundigen in Nederland - pagina 36
32 heimelijking van den levensgevaarlijken toestand der patiënten door ongeloovige medici. Hoe wenschen ook wij, zij 't van uit ander gezichtspunt, tijdig geestelijke zorg voor onze verwanten en ons zelf. Doch daarover thans niet nader. Punt 2 brengt terstond hen, die de waarde van den Christelijken doop erkennen en belijden, doch niet aan het „teeken" des doops blijven hangen, voor de moeilijkheid, dat zij verplicht zouden worden een handeling tegen hun eigen geloof te verrichten, wat direkte zonde is. Luister wat Professor Rutgers in zijn Kerkelijke adviezen daaromtrent schrijft: „Qe vraagt mij", aldus prof. Rutgers, „of een arts van Gereformeerde belijdenis aan een kind uit een Roomsch gezin met een goede conscientie den zoogenaamden „nooddoop" zou kunnen bedienen, en of hij zelfs niet in sommige gevallen daartoe geroepen zou zijn. Mijn antwoord kan slechts ontkennend zijn. Een arts van Gereformeerde belijdenis weet en erkent, dat de zoogenaamde nooddoop door iemand, die tot de bediening der Sacramenten geenerlei opdracht of qualificatie van Christus door middel der gemeente ontvangen heeft, inderdaad geen Christehjke Doop is, maar slechts een vertnoning van de daartoe behoorende uiterliikheden. Iets dergelijks goed te keuren, en er zelfs toe mede te werken, ja daarbij de hoofdrol te spelen, zou zijn : met bewustheid de hooge beteekems en de heiligheid van het Sacrament des Doops te verloochenen; 't geen de door u bedoelde arts toch natuurliik niet zou willen doen. En dit verandert niet door de omstandigheid, dat naar Roomsche beschouwing de Doop noodzakelijk is ter zaligheid, en daarom in geval van nood ook door een „leek" te bedienen is. Want een Gereformeerd Christen kan toch niet, ook al is het maar tijdelijk, zijn op de Schrift gegrond geloof verloochenen, en een Roomsch dwaalbegrip, door eene met dat geloof strijdige handeling, feitelijk aanvaarden. Zulke verloochening kan voor niemand ooit noodig zijn, noch ooit geacht worden tot zijne Christelijke roeping te behooren." Dr. Kaajan bracht dezen passus onlangs naar voren naar aanleiding van den bezwaarden mcdischen student van Gereformeerden huize in Groningen en de controversen er over in „Het Schild" (Januari 1931) en R.K. /\rtsenblad (Februari 1931, bldz. 48). Hier is klaren wijn geschonken. Meer niet hierover. Non possumus !
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van donderdag 1 januari 1931
Orgaan CVNG Geloof en Wetenschap | 88 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van donderdag 1 januari 1931
Orgaan CVNG Geloof en Wetenschap | 88 Pagina's