1931 Orgaan van de Christelijke Vereeniging van Natuur- en Geneeskundigen in Nederland - pagina 34
30 De arts staat tegenover zijn patiënt als mensch tegenover mensch, nooit als tegenover een soort ïondsnummer, wat zeer menschonwaardig is en ook tegen de primaire fondsidee indruischt (hoe men dan ook over de fonds-idee denken moge). Mogen deze zeer weinige trekken, welke gegeven werden, voorloopig voldoende zijn om ons helder voor den geest te halen hoe, onzes inziens, de hoofdmotieven zijn, welke den Christen-arts leiden bij zijn handelen, thans dienen we ons goed te realiseeren wat Rome verlangt van den arts, die met haar in relatie wenscht te treden. Geheel onbesproken blijve de vraag, waarom thans zoo scherp de moraal-clausule wordt gesteld, vast sta alleen het feit dat momenteel door Rome vrijuit de banier van haar verlangens wordt ontplooid, 't Is maar niet een of ander ziekenfonds, dat z.g. aan scherpslijperij gaat doen, om een of andere onnaspeurlijke reden. Neen, 't gaat om de handhaving der principes van de Roomsche Kerk, waarop 's pausen jongste encycliek ,.Casti Connubii" van 31 December 1930 overduidelijk wijst. Rome is bezorgd voor onheil dreigend aan haar geloovigen en als een goed herder komt de paus met al wat in hem is op voor het heil der hem toegewijde zielen, 't Is een zeer principieele kwestie, welke wij principieel onder de oogen moeten zien. Wat verlangt Rome dan wel? Dr. Pinkhof heeft dat beknopt, maar duidelijk, weergegeven in het Nederl. Tijdschr. v. Geneeskunde 1928 I, bldz. 253. Hij deed dit niet op eigen houtje, maar in overeenstemming met de H. C. en S. C, aan welke commissies van gezaghebbende Roomschc zijde de volgende opgave van plichten voor lederen arts, welke met Rome in relatie treedt, werd gegeven : Positieve plichten. 1. Tijdig zorgen voor geestelijke hulp van patiënten, die levensgevaarlijk ziek zijn. 2. Bij zwangerschap, respectievelijk bevalling zoo goed mogelijk zorgen voor den doop van het kind, wanneer dit in doodsgevaar verkeert; zoo noodig, óók voor doopsel in utero matris of door doopsel met behulp van sectio caesarea onmiddellijk na het succombeeren der moeder. Negatieve plichten. 1. Geen rechtstreeksche vruchtafdrijving van een levende, nog niet levensvatbare vrucht, óók niet met het doel, om daardoor het leven der moeder te redden.
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van donderdag 1 januari 1931
Orgaan CVNG Geloof en Wetenschap | 88 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van donderdag 1 januari 1931
Orgaan CVNG Geloof en Wetenschap | 88 Pagina's