Geheugen van de VU cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van Geheugen van de VU te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van Geheugen van de VU.

Bekijk het origineel

1931 Orgaan van de Christelijke Vereeniging van Natuur- en Geneeskundigen in Nederland - pagina 59

Bekijk het origineel

1931 Orgaan van de Christelijke Vereeniging van Natuur- en Geneeskundigen in Nederland - pagina 59

2 minuten leestijd

55 afstand, die correspondeert met 9V, billioen kilometers. De afstand van de dichtstbijzijnde ster, a Centauri, bedraagt 4Vj Hchtjaar. Volgens een statistiek, die Prof. Nijland voor eenige jaren publiceerde ^), zijn er 11 sterren bekend, waarvoor de afstand minder dan 11 lichtjaren bedraagt, 28 met een afstand kleiner dan 16 lichtjaren en 128 met een afstand kleiner dan 33 lichtjaren. De afstand van Sirius bedraagt 8,8 lichtjaar, die van Wega 36 en die van Capella 46 lichtjaren. Het hcht van de Poolster heeft 54 jaar noodig om de aarde te bereiken, en Regulus, de helderste ster uit het beeld Oe Leeuw, is niet minder dan 108 lichtjaren van de aarde verwijderd. Wanneer wij in 1931 naar de ster Regulus kijken, vangt ons oog lichtstralen op, die in het jaar 1823 door deze ster werden uitgezonden. Omstreeks 1840 werden de eerste sterrenafstanden bepaald en in 1890 was van ongeveer een 50-tal sterren de afstand met behoorlijke nauwkeurigheid bekend. Maar deze 50 individueele afstanden gaven nog geen duidelijk beeld van de verhoudingen in de sterrenwereld, die milliarden sterren telt. Toen, omstreeks 1890, heeft J. C. Kapteyn, hoogleeraar te Groningen, het vraagstuk van den bouw van ons sterrenstelsel ter hand genomen. Hij behandelde het volgens statistische methoden. In een 20 jaren heeft hij dit probleem met groote scherpzinnigheid opgelost. Kapteyn vond, dat de sterren zich niet tot in het oneindige in de wereldruimte uitstrekken. Hlle sterren vormen samen een begrensd systeem. Hij stelde zich nu ten doel den vorm en de afmetingen van dit stelsel te bepalen. Onder den vorm verstaan wij dan de gedaante, waaronder wij het sterrenstelsel zouden zien, wanneer we er geheel buiten geplaatst waren. Kapteyn vond, dat de vorm van het sterrenstelsel een sterk afgeplatte bol is, of om een veel geciteerd beeld te gebruiken : De vorm van het sterrenstelsel komt overeen met de ruimte, ingesloten tusschen twee soepborden, die met de randen op elkaar zijn gelegd. Men moet hierbij wel in het oog houden, dat de vorm van dit systeem onregelmatig is, mede daardoor kan men de afmetingen niet heel nauwkeurig bepalen. Men heeft voor de grootste middellijn van het systeem een lengte van 80.000 lichtjaren gevonden, terwijl de kleinste middellijn een lengte van een 12.000 lichtjaren heeft. Dit was het beeld, dat men omstreeks 1910 had over den 1) Dr. A. A. NIJLAND, De bouw van het heelal, Haarlem 1924.

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van donderdag 1 januari 1931

Orgaan CVNG Geloof en Wetenschap | 88 Pagina's

1931 Orgaan van de Christelijke Vereeniging van Natuur- en Geneeskundigen in Nederland - pagina 59

Bekijk de hele uitgave van donderdag 1 januari 1931

Orgaan CVNG Geloof en Wetenschap | 88 Pagina's