1931 Orgaan van de Christelijke Vereeniging van Natuur- en Geneeskundigen in Nederland - pagina 57
53 en het staatkundig leven in Nederland, Engeland en Rmerika. Dr. Hylkema ^) en eenige andere onvriendelijke beoordeelaars hebben de vraag gesteld, of datgene wat de laatste 50 jaren in ons land Calvinisme heet, niet een neoCalvinisme is, dat een tegenstelling vormt met de leer van Calvijn. Ons antwoord luidt ontkennend. Maar toch willen wij gaarne erkennen, dat het tegenwoordige Calvinisme, zooals het in ons land onder Kuyper en Bavinck zijn stempel kreeg, niet identiek is met wat Calvijn heeft geleerd. Stilstand zou ook hier laakbare achteruitgang zijn. Het Calvinisme heeft stelling moeten nemen tegenover tal van nieuwe vragen, die in de zestiende eeuw nog niet gesteld konden worden, het heeft zich inderdaad moeten aanpassen aan de veranderde tijdsomstandigheden, het heeft zich ook rekenschap moeten geven van het moderne wereldbeeld. Het heeft reeds aanvankelijk rekening gehouden met dit nieuwe wereldbeeld, maar het zal dit in onzen tijd nog meer en met groote ernst moeten doen. Het is de eere van het Calvinisme, dat het rekening houdt met de ontwikkeling der wereldgeschiedenis en de vorderingen der wetenschap. Wij zijn : „reformati quia reformandi en omgekeerd" naar de uitspraak van Prof. Bavinck in zijn rectorale oratie : Modernisme en Orthodoxie ^). Maar wij zijn ervan overtuigd, dat de wereldbeschouwing, die sommigen neo-^Calvinistisch noemen, op denzelfden wortel stoelt als die van Calvijn, dat het een uitbreiding is van zijn stelsel, door zijn leerlingen, in den geest van hun grooten meester. Er is meer reden om uitvoeriger te spreken over het wereldbeeld, dat de moderne natuurwetenschap ons biedt. Wij zijn overtuigd, dat Prof. Hepp het moderne wereldbeeld, dat hij verwerpt, niet of slechts zeer oppervlakkig kent. Er is dus alle reden om ons eerst te bezinnen over de resultaten der natuurwetenschap. Wij zullen ons daarbij in hoofdzaak beperken tot de sterrenkunde, omdat het astronomisch wereldbeeld in de Stone-lectures vooral in het geding komt. Het is overbekend, dat Copernicus in 1543 een boek uitgaf, waarin hij de meening uitsprak, dat de aarde in 24 uren om haar as wentelt en in een jaar tijds haar baan om de zon doorloopt. Voor de aanhangers van Copernicus was het duidelijk, dat de zon het middelpunt was van het planetenstelsel. De resultaten van Copernicus werden door 1) Dr. C. B. HYLKEMA, Oud- en Nieuw-Calvinisme, Haarlem 1911. 2) mtg. Kok, Kampen, 1911, blz. 17.
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van donderdag 1 januari 1931
Orgaan CVNG Geloof en Wetenschap | 88 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van donderdag 1 januari 1931
Orgaan CVNG Geloof en Wetenschap | 88 Pagina's