Geheugen van de VU cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van Geheugen van de VU te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van Geheugen van de VU.

Bekijk het origineel

1931 Orgaan van de Christelijke Vereeniging van Natuur- en Geneeskundigen in Nederland - pagina 12

Bekijk het origineel

1931 Orgaan van de Christelijke Vereeniging van Natuur- en Geneeskundigen in Nederland - pagina 12

2 minuten leestijd

8 Door de werking der natuurlijke teelkunst en den strijd om het bestaan zouden de meest geschikten overblijven en voor de verdere ontwikkeling dienen. Deze voorstelling van zaken diende als verklaring der evolutie. Nauwkeurige waarneming en experiment leerde de variaties onderscheiden in modificaties, in mixo-variaties (hybrieden) en mutaties. Modificaties : Plant of dier van gelijken erfelijken aanleg (hetzelfde genotype), onder verschillende condities gebracht, toonen verschillen, soms zeer belangrijk. Dit werd eerst proefondervindelijk aangetoond bij planten, die zich ongeslachtelijk voortplanten, bij Dahlia's, die gescheurd werden („klonen"). Ook bij muizen bleek de beharing en lengte van de staart afhankelijk te zijn van de temperatuur (tot V, korter dan normaal bij strenge koude). Bij deze en vele andere proeven bleek, zij het ook na meerdere generaties, dat, wanneer de condities weer de oorspronkelijke zijn, ook de normale eigenschappen terugkeeren. Met het oog op de erfelijkheid van variaties vallen de modificaties dus buiten beschouwing. Mixo-variaties (hybrieden). Deze variaties ziin het gevolg van nakomelingschap uit onderling niet gelijke ouders Deze ziin de variaties waarop de wetten van Mendel toepasselijk zijn. Deze mixovariaties blijven binnen de grenzen waarin de ouders verschillen, geven nieuwe combinaties, maar iets nieuws voor de evolutie van belang, ontstaat hierdoor niet. Mutaties. Deze zijn volgens Hugo de Vries ,.schoksgewijze" ontstaan. „Elke zoodanige schok doet een zeker aantal individuen de grenzen hunner soort overschrijden en vormt daardoor een of meer nieuwe typen, naast het oude, dat in de overige individuen blijft voortbestaan". De studie hierover ') verscheen in 1901. De opgang is vooral te danken aan den steun, dien ze aan de evolutietheorie bood. Ook in meer populairen vorm deed De Vries dit uitkomen ^). Behalve bij de Oenothera's kwam het verschijnsel voor bij Leeuwenbekjes en Goudsbloemen. Maar met de jaren werd steeds meer duidelijk de hybriedachtige natuur der Oenothera's. 1) Prof Hugo de Vries Die mufafions theorie dl I 1901 dl. Il 1QÜ3, 2) „ „ „ „ Afstamming en mutatieleer 1507.

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van donderdag 1 januari 1931

Orgaan CVNG Geloof en Wetenschap | 88 Pagina's

1931 Orgaan van de Christelijke Vereeniging van Natuur- en Geneeskundigen in Nederland - pagina 12

Bekijk de hele uitgave van donderdag 1 januari 1931

Orgaan CVNG Geloof en Wetenschap | 88 Pagina's