Geheugen van de VU cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van Geheugen van de VU te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van Geheugen van de VU.

Bekijk het origineel

1933 Orgaan van de Christelijke Vereeniging van Natuur- en Geneeskundigen in Nederland - pagina 47

Bekijk het origineel

1933 Orgaan van de Christelijke Vereeniging van Natuur- en Geneeskundigen in Nederland - pagina 47

2 minuten leestijd

41 Het gaat hier in de eerste plaats om de rudimentaire organen, dus om organen, die bij de betreffende dieren zeer onvolledig zijn ontwikkeld en dan ook kennelijk geen fuctie hebben. Mij dunkt, dal hier reeds Schopenhauer een zeer juiste opmerking heeft gemaakt, waar hij aan de hand van voorbeelden (b.v. de door huid bedekte oogen van den mus typhlus of de tepels der mannelijke zoogdieren) betoogt, dat dergelijke, verrassende uitzonderingen moeten worden beschouwd vanuit den innerlijken samenhang der natuur, die haar verhindert, om datgene van het door haar geschapen type, wat het eene geslacht of een orde missen kan, maar toch tot het type behoort, spoorloos te laten verdwijnen. In zulke gevallen duidt ze met een rudimentair orgaan aan, wat ze bij alle anderen volledig uitvoert '). Zoo en niet in Darwinistischen zin moet het woord van Qoethe verstaan worden, die immers met dichterlijk oog overal de eenheid van opzet, het type wist te onderkennen : „Und die seltenste Form bewahrt im Geheimen das Urbild". Deze opmerking van Schopenhauer moge ons in beginsel de rudimentaire organen meer verstaanbaar maken, het argument der dys- en ateleologie is daarmee geenszins uitgeput. R\s een bezwaar tegen de teleologische natuurbeschouwing, dat Gods wijsheid en goedheid niet onaangetast laat, hoort m2n dikwerf klagen over de wreedheid der natuur, die het eene dier tot voedsel voor het andere bestemt, haar onvolmaaktheid, waar ziekte en dood het leven voortdurend verontrust, en over haar verkwisting, die onnoemlijk veel zaden voortbrengt alleen voor een onmiddellijken ondergang. Een volkomen afdoend antwoord, dat lederen vrager bevredigt, is op zulk zeggen misschien niet te geven. Het is zeker dat de teleologische natuurbeschouwing als zoodanig er niet door wordt beroerd. Maar voorts staart zulk een opmerking zich bHnd op een minimaal klein deel van het geheel, waaraan men dan een doel naar menschelijken maatstaf voorschrijft. Wanneer de bestaande orde als empirisch erkenbaar doel alleen het althans tijdelijk behoud van het wereldgeheel heeft (Beyssens), dan kan men daarin voor de beschouwing van zulke détails de breedere basis vinden, die dergelijke opmerkingen nietig verklaart. In gelijken geest uit zich Burger, als hij zegt, dat een 1)

Schopenhauer, II, bl. 388.

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van zondag 1 januari 1933

Orgaan CVNG Geloof en Wetenschap | 174 Pagina's

1933 Orgaan van de Christelijke Vereeniging van Natuur- en Geneeskundigen in Nederland - pagina 47

Bekijk de hele uitgave van zondag 1 januari 1933

Orgaan CVNG Geloof en Wetenschap | 174 Pagina's